Pannenplank

Janneke Bakker is getrouwd met John en moeder van dochter Nina en zoon Luc. Ze schrijft over opmerkelijke gebeurtenissen die ze als moeder meemaakt.

Met een rood hoofd staat John achter het fornuis. ‘Met die troep kan ik toch geen fatsoenlijke pannenkoek bakken,’ moppert hij. De ‘troep’ waaraan hij refereert is mijn hoogst eigen product. Een product waarvoor ik mij in allerlei bochten heb moeten wringen. Op mijn werk. Tijdens diverse uitjes. Zelfs op een vreemde wc.

Blijkbaar heb ik dat wat al te ijverig gedaan, aangezien ik nu een overschot van drie liter van datzelfde product in mijn vriezer heb liggen. Ik heb zoveel ingevroren melk dat het nu zelfs enigszins over de datum dreigt te raken. Omdat ik het zonde vind van al die uren kolven, weiger ik het overschot door de gootsteen te spoelen. En staat John tot zijn grote ellende pannenkoeken te bakken van mijn moedermelk. Want dat leek me reuze ludiek en praktisch bovendien. Gezond natuurlijk ook, boordevol voedingsstoffen. Melk is goed voor elk, wordt er bij ons al vanaf onze jeugd ingestampt.

Omdat ik melk genoeg heb voor tweehonderd pannenkoeken, nodig ik mijn vader ook uit. John peinst er niet over om een pannenkoek te eten die van moedermelk gemaakt is. Wat ik persoonlijk nogal flauw vind. Hij lijkt me toch bij uitstek de persoon die niet vies is van mijn lichaamsappen en nu gaat hij een beetje moeilijk lopen doen over een scheutje moedermelk. Ook mijn vader mompelt iets over ‘net gegeten’ en ‘niet zo’n trek’ dus ‘misschien de volgende keer’.

Eigenlijk is het vreemd dat iemand wel zonder gewetensbezwaren melk van een wildvreemde koe drinkt, maar niet van zijn bloedeigen vrouw. Wat is dat toch met moedermelk? Op het werk deden mijn collega’s giechelend over de gekolfde flesjes babyvoeding in de gezamenlijke koelkast. Grappen over verwisselde melkflessen die in nietsvermoedende koffiekopjes belandden waren elke dag een vast item. Moedermelk heeft iets vies, iets verbodens, iets besmuikts. Mijn schoonmoeder biechtte na het oppassen op dat ze het toch een beetje vreemd vond dat ze de moedermelk zelf had geproefd om het te testen op de juiste temperatuur. Daarentegen consumeren wij zonder gêne kazen die gemaakt zijn van geitenmelk, eten wij yoghurt en boter van het melkproduct van de koe en talloze andere varianten die gemaakt zijn van melk van vreemde dieren. Maar een onschuldig pannenkoekje van de melk van onze eigen soort vinden we blijkbaar raar. We vinden het normaler om onze baby’s met een vreemd melktype te voeden. De meeste baby’s krijgen vroeg of laat melk die van origine bedoeld is voor een kalf, maar door heel veel chemisch gerommel en allerlei toevoegingen voor mensenbaby’s geschikt is gemaakt. Na een jaar kun je je kind dan volgens alle voedingsadviezen ‘gewone’ melk geven. Met die ‘gewone’ melk bedoelen we dus eigenlijk ongewone melk, namelijk die van de koe. Een moeder die haar kind nog met haar eigen, oorspronkelijk voor de baby bedoelde melk voedt na het eerste levensjaar, wordt bijna voor gek versleten. Of op zijn minst voor fanatiek of alternatief.

Dus zit ik in mijn eentje te eten van mijn moedermelk pannenkoeken. Ik geef het toe: ik vind het ook een beetje vreemd. De enige die vrolijk van haar pannenkoek zit te smullen is Nina. Maar die is één. Die weet niet beter. Bovendien is ze het roerend met John eens, de pannenkoeken zijn niet al te best gelukt. Ze steekt haar pannenkoek in de lucht terwijl ze schaterend uitroept: ‘Pannenplank!’

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 10 oktober 2014 om 19:34 | Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2014 om 19:34