Verkreukelde borsten

Janneke Bakker is getrouwd met John en moeder van dochter Nina (5) en zoon Luc (3). Ze schrijft over opmerkelijke gebeurtenissen die ze als moeder meemaakt.

Als ik mijn lingerielade aan het uitspitten ben, blijk ik een klein BH winkeltje te kunnen beginnen. Ik heb BH’s in zo’n beetje elk denkbare maat, variërend van 70 A tot 85 F. Mijn borsten hebben op mijn 35e al een heel leven achter de rug. Het jojo effect is ze bovendien niet vreemd. Ik heb ontwikkelende borsten gehad (een zeer traag proces vond ik als tiener), ik heb sierborsten gehad (toen ik de pil slikte en mijn borsten ineens een cupmaat groeiden), ik heb zwangere borsten gehad (meerdere malen), ik heb zogende borsten gehad (formaat Dolly Parton), ik heb zelfs zwangere en zogende borsten tegelijkertijd gehad. Nu zijn mijn borsten met pensioen.

Na een veelbewogen en dienstbaar leven maak ik de borstbalans op. En van het resultaat word ik niet blij, kan ik je vertellen. Het probleem is dat de inhoud van mijn borsten zich dan wel moeiteloos aan de situatie heeft aangepast, maar het vel daar omheen niet. Waardoor ik nu met het lege theezakjes effect opgescheept zit. Baby nummer drie zou dat probleem natuurlijk kunnen oplossen, maar ondanks het langvoeden zou dat maar van tijdelijke aard zijn.

Voordat jullie mij net als mijn man (‘schat, ik vind je borsten prachtig’) een oude zeur vinden, laat ik mij in mijn betoog bijstaan door mijn driejarige zoon. Die, toen ik met hem in bad zat, fijntjes opmerkte dat ‘mama verkreukelde borsten heeft’. Of mijn dochter die blij riep dat ze later ook borsten wilde, maar dan wel ‘grotere dan mama’. Dat is dan je dank voor al die jaren zogen.

Ik besluit in mijn omgeving eens wat empirisch onderzoek te doen naar het verkreukelde borstgehalte onder vriendinnen en kennissen. Er blijkt geen correlatie te zijn tussen kreukgehalte en het al dan niet geven van borstvoeding. Ook is er geen verband tussen de mate van kreuk en de beleving ervan. Met andere woorden: sommige vrouwen zijn heel tevreden met hun theezakjes, terwijl anderen zelfs met totaal ongekreukte borsten nog over een klein vouwtje mopperen.

Opvallend is dat maar liefst 20 procent uit mijn (uiteraard in het geheel niet representatieve) steekproef een borstvergroting heeft ondergaan. Tien jaar geleden was dat nog voorbehouden aan filmsterren en voetbalvrouwen, tegenwoordig wil ook een gewone vrouw de borsten die zij de hele dag als rolmodel op TV en billboards ziet.

Dan besluit ik dat ik liever wil horen bij de groep die tevreden is met haar borsten ondanks de gebruikssporen. Ineens schaam ik me aangezien mijn eigen moeder op haar 40e door twee borstamputaties helemaal geen enkele borst meer had. Zelfs niet een verkreukelde. Ik bedenk me hoeveel plezier en nut ik al van mijn borsten gehad heb en nog ga hebben. Ik heb ermee gevoed, getroost, gepronkt, gevreeën. Wie kijkt er dan op een kreukje her en der?

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 27 juni 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:10