Bagage

Janneke Bakker is getrouwd met John en moeder van Nina (5) en Luc (3). Ze schrijft over opmerkelijke gebeurtenissen die ze als moeder meemaakt. Dit keer vertelt ze over een vliegreis toen Luc een baby was.

‘Een echte vakantieganger lacht en fluit onder alle omstandigheden’, zei mijn vader vroeger altijd. Dus toen onze vlucht vier uur vertraging bleek te hebben en wij voor niets midden in de nacht waren opgestaan, hoorde je van ons geen onvertogen woord. Toen de bagagebanden niet bleken te werken en wij onze koffers op een onoverzichtelijke stapel tussen 5000 andere koffers moesten gooien, grapten wij vrolijk: ‘Zeg maar dag tegen je koffer, want die zie je nooit meer terug!’

En zo geschiedde. Geen koffers. Geen enkele. Wel hele dikke joggingbroeken (we waren immers in het holst van de nacht vertrokken). En aangezien wij pittoresk en idyllisch op vakantie wilden, was er in de wijde omtrek geen winkel te vinden. Dus moesten we steile trappetjes en onbegaanbare weggetjes beklimmen (heel pittoresk maar niet bij 40°C met twee dik aangeklede kinderen die amper hadden geslapen) om tandenborstels, shampoo, luiers en korte broeken te kopen. Wat niet lukte. In de oudbolligste winkel die ik in mijn leven gezien heb, probeerde ik een bikini en een jurk te vinden. John trok de eerste de beste short aan, riep: ‘hij past’ en sloeg verder geen acht op het feit dat hij paars met groene kikkers was. Terwijl ik in het heetste paskamertje ooit stond te tobben over spuuglelijke bikini’s, zeurde Nina om ijs en wanneer we nou gingen zwemmen. ‘We gaan niet zwemmen’, beet ik haar onpedagogisch toe, ‘want we hebben geen zwembroeken.’

Daarna bleek hoeveel andere spullen je eigenlijk nodig hebt om een beetje fatsoenlijk door het leven te gaan. Na drie dagen had ik een paar wenkbrauwen waar Ruud Lubbers jaloers op zou zijn, kreeg John een baard als een oude zeerover en zag Nina’s haar eruit als een soort vogelnest bij gebrek aan een borstel. En dan hebben we het er nog niet eens over dat ik in een veel te grote geleende korte broek met een drie dagen oude onderbroek eronder op mijn gezondheidslippers (want die zijn zo lekker voor op reis) uit eten moest. Gelukkig zat de camera ook in de bagage, dus zijn er pas foto’s vanaf het moment dat ik weer de gelukkige bezitster was van een pincet en een mascara. Luc was de enige die er gewoon net zo uit zag als altijd, aangezien Luc in het dagelijks leven, ondanks frequente poets- en verkleedpogingen mijnerzijds, ook permanent vies en smoezelig is.

Er waren mensen die veel grotere problemen hadden dan het ontbreken van een pincet. Luc mag dan een smeerpoets wezen, maar aangezien zijn eten aan mama’s lijf was meegereisd, had hij op wat vlekjes na geen klagen. Er waren ook baby’s wiens voedsel zich nog op Schiphol bevond en waarvan de beperkte handbagage-hoeveelheid lang en breed in de buikjes was verdwenen.

Terwijl ik in mijn spuuglelijke bikini met Luc aan de borst zat, zag ik hoe wanhopige moeders met hongerige baby’s op zoek moesten naar een blik kunstvoeding. Ineens bedacht ik me dat de lijst met 101 redenen om borstvoeding te geven niet compleet is. Mijn suggestie voor nummer 102 zou zijn: Ondanks storing bagagebanden op Schiphol, geen stress op vakantie.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

 

Gepubliceerd: 13 juni 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 2 augustus 2013 om 14:20