Doorslapen

Janneke Bakker is getrouwd en moeder van Nina (4) en Luc (2). Ze schrijft over opmerkelijke gebeurtenissen die ze als moeder meemaakt.

‘En, loopt-ie al?’ vraagt de arts van het consultatiebureau. 
Ik kijk om me heen, maar ik ben echt de enige aanwezige in de kamer. Op mijn twee maanden oude zoon na dan. 

‘Eh, nee,’ stamel ik, ‘natuurlijk loopt hij nog niet. Hij is pas tien weken.’

De arts kijkt bedenkelijk. ‘Ik zie dat u hem in uw armen heeft. U moet wel uitkijken dat u hem daarmee niet verwent, hoor.’

Ik kijk om me heen of ik niet ergens een verborgen camera zie, maar de arts is bloedserieus.

‘Zo gaat u het natuurlijk nooit volhouden, zo’n baby, als u dat kind blijft dragen zodra hij ergens heen wil.’ vervolgt de arts haar betoog, ‘Het is natuurlijk wel de bedoeling dat hij zo snel mogelijk zelf leert lopen.’

‘Ja maar,’ protesteer ik, ‘het is toch wat veel gevraagd om met tien weken te verwachten dat hij al loopt?’

‘Gewoon eventjes laten huilen,’ zegt de arts, ‘zet de kookwekker maar gerust op een half uur. Als u hem blijft oppakken als hij gaat huilen, leert hij natuurlijk nooit lopen.’

‘Eigenlijk vind ik het niet zo erg om hem te dragen,’ probeer ik nog. Maar de arts is onverbiddelijk.

‘Dit is voor u toch niet te doen. U moet ook nog wat tijd voor uzelf overhouden. En het moet natuurlijk wel LEUK blijven,’ vindt de arts.

Oké, dit is natuurlijk niet waar gebeurd. Maar veel heb ik er niet aan veranderd. Dit is hoe het gesprek echt ging.

‘En, slaapt-ie al door?’ vraagt de arts van het consultatiebureau. 
Ik kijk om me heen, maar ik ben echt de enige aanwezige in de kamer. Op mijn twee maanden oude zoon na dan. 

‘Eh, nee,’ stamel ik, ‘natuurlijk slaapt hij nog niet door. Hij is pas tien weken.’

De arts kijkt bedenkelijk. ‘Ik zie dat u hem aan de borst heeft. U moet wel uitkijken dat u hem daarmee niet verwent, hoor.’

Ik kijk om me heen of ik niet ergens een verborgen camera zie, maar de arts is bloedserieus.

‘Zo gaat u het natuurlijk nooit volhouden, de borstvoeding, als u dat kind blijft voeden zodra hij honger heeft.’ vervolgt de arts haar betoog, ‘Het is natuurlijk wel de bedoeling dat hij zo snel mogelijk leert doorslapen.’

‘Ja maar,’ protesteer ik, ‘het is toch wat veel gevraagd om met tien weken te verwachten dat hij al doorslaapt?’

‘Gewoon eventjes laten huilen,’ zegt de arts, ‘zet de kookwekker maar gerust op een half uur. Als u hem steeds de borst geeft als hij gaat huilen, leert hij natuurlijk nooit doorslapen.’

‘Eigenlijk vind ik het niet zo erg om hem te voeden,’ probeer ik nog. Maar de arts is onverbiddelijk.

‘Dit is voor u toch niet te doen. U moet ook nog wat tijd voor uzelf overhouden. En het moet natuurlijk wel LEUK blijven,’ vindt de arts.

Leuk? Natuurlijk is een baby leuk. Sterker nog: het is het leukste dat ik ooit in mijn leven heb mogen meemaken. En sommige dingen horen er gewoon bij. Luiers verschonen, kinderwagens duwen, dragen, in bad doen, troosten, aankleden, wiegen. Nachtvoedingen.

En voor het leuk neem je gewoon een goudvis.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 6 juni 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:10