Papa geeft advies

Janneke Bakker is moeder van Nina (3) en Luc (1). Ze heeft inmiddels jaren ervaring op het gebied van borstvoeding. Wanneer haar man een collega aan de telefoon heeft wiens vrouw zwanger is, spitst ze haar oren.

‘Gefeliciteerd!’ hoor ik mijn man zeggen. Hij heeft een collega aan de telefoon; zijn vrouw is zwanger van hun eerste kindje.
Benieuwd spits ik mijn oren. Ik vind het altijd wel grappig hoe mannen onderling over dit soort zaken praten. Meestal toch wel een beetje op het niveau van en-nu-kunje-de-seks-voorlopig-wel-vergeten. In het gunstigste geval krijgt de aanstaande vader het boekje ‘Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt’. Of quasi leuke slabbetjes met teksten als:‘Mijn looks heb ik gelukkkig niet van mijn pa’.

Maar dit is een serieus gesprek, dat is wel duidelijk. Mijn man geeft namelijk advies op het gebied van BORSTVOEDING!
Ik val zowat van mijn stoel. Het meest diepzinnige wat mijn man ooit met zijn collega heeft besproken ging over de afmetingen van zijn nieuwe velgen. Ik begin nu toch wel erg benieuwd te worden met welke briljante adviezen hij eigenlijk gaat komen.
Ik geloof mijn oren niet. Hij heeft beter opgelet dan ik ooit had gedacht. Anti-stoffen, colostrum, voeden op verzoek. Hij weet het allemaal perfect te vertellen. Ben ik even trots op hem! Dan is het even stil aan de andere kant van de lijn. Maar ze hebben nog niet opgehangen, nee, zijn collega pakt even een pen. Pakt een pen! Hij gaat aantekeningen zitten maken, de schat. En dat terwijl die baby nog niet eens geboren is.
Ik sla het allemaal met stijgende verbazing gade.

‘De fles?’ hoor ik mijn man streng zeggen, ‘Dat moet je niet doen hoor. Nee, dat is helemaal niet zo goed als borstvoeding.’
Dat moet ik eens proberen te zeggen tegen een zwangere, word ik meteen voor borstvoedingsmaffia uitgemaakt. Maar mijn man is heel stellig; hij heeft er een missie van gemaakt dat die baby borstvoeding gaat krijgen.Geen woord over vrije keuze tussen borst of fles.Deze telg zal borstgevoed worden, al moet mijn man het zelf doen.

‘Kom anders eens langs met je vrouw,’ zegt hij behulpzaam,‘ dan kan ze met mijn vrouw praten, die is namelijk heel goed in borstvoeden.’
Dat wil ik natuurlijk niet ontkennen, maar om mij nou met dat mens op te schepen? Bovendien heb ik een stelregel en die is dat ik me niet bemoei met de borstvoedingskeuze van een ander. Tenzij ik er nadrukkelijk om gevraagd word en dan eigenlijk liever ook niet.Het geeft niks dan ellende. Voor je het weet heb je geen respect voor hun beslissing of sta je te boek als fanatiekeling. Van mij geen onvertogen woord over kunstvoeding. Nou ja, niet openlijk dan. Thuis grappen wij uitgebreid over ziekten en allergieën: Zeker geen borstvoeding gekregen! Maar verder ben ik natuurlijk reuze voor iedereen zijn eigen keuze. Niets erger dan uitgemaakt te worden voor borstvoedingsmaffia.

Mijn man heeft echter nergens last van en begint een uitgebreide verhandeling over de nadelen van kunstvoeding. En subtiliteit is daarbij ver te zoeken. Als toetje belooft hij nog even wat artikelen uit te printen over de gunstige effecten van borstvoeding. Ik verwacht elk moment dat zijn collega de hoorn op de haak gooit of op zijn minst roept dat hij begrip en respect verwacht als hij kunstvoeding overweegt. Maar niks van dat alles. Hij luistert aandachtig en schrijft alles keurig op.

‘En wat zei hij?’ vraag ik als het gesprek beëindigd is. ‘Oh, gewoon,’ zegt mijn man, ‘bedankt voor de informatie.’

Rare wezens, die mannen.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 9 mei 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:14