'Spock-baby'

Janneke Bakker is moeder van Nina (3) en Luc (1). Dit keer vertelt ze waar de twijfels die ze als jonge moeder had op een avond toe leidden.

Ik zal maar meteen met de billen bloot gaan: mijn baby valt aan de borst in slaap. Eerlijk gezegd heb ik de ernst van de situatie blijkbaar nooit goed ingezien. Maar na verschillende gesprekken met het consultatiebureau en diverse buurvrouwen (allen expert op dit gebied) is mij gebleken dat dit HEEL ERG is. Het is me duidelijk dat ik dringend actie dien te ondernemen of mijn telg zal opgroeien voor galg en rad. Maar voorlopig ben ik nog in ontkenning, want ik vind het zo gezellig zo’n slapend kindje aan de borst en bovendien heb ik er eigenlijk helemaal geen last van.

Vanavond is mijn zus op bezoek. Natuurlijk zit ik met (slapende) Nina aan de borst als ze binnenkomt. Gelukkig heeft mijn zus de ballen verstand van kinderen, dus kletsen we de halve avond weg zonder dat ik op mijn onopvoedkundige gedrag gewezen word. Mijn zus is het type tante waarvan kinderen lekker met hun handen in de pindakaas mogen, dus uiteindelijk durf ik haar de slapende-baby-aan-de-borst casus toch voor te leggen. Mijn zus is in eerste instantie verbaasd. ‘Maar ze slaapt toch heerlijk zo? En jij kunt lekker je gang gaan zonder dat je honderd keer naar een baby-kamertje op en neer moet.’

I rest my case, zou ik bijna zeggen. Maar we besluiten toch eens wat opvoedboeken te raadplegen. Mijn zusje vist het baby en kinderverzorging/opvoedingsboek van ‘Dr. Spock’ uit de kast. Een nog ongelezen kraamcadeautje. 
‘Hmm,’ zegt ze, ‘hier is duidelijk sprake van een Spock-baby.’ 
‘Een spock-baby?’
‘Het is een vorm van verwenning,’ citeert mijn zus, ‘het is onjuist dat een baby haar ouders iedere avond tot zo’n vertoning dwingt.’
Nu schiet ik in de lach, maar ze gaat onverstoorbaar verder: ‘U hoeft niets anders te doen dan uw baby op een redelijk uur op bed te leggen na een vast aantal programmapunten te hebben afgewerkt. De baby zal de eerste avond 20 minuten huilen, de tweede avond 10 en de derde avond helemaal niet meer.’

‘Weet je het nou wel zeker?’ vraagt mijn zus, ‘van mij hoef je het niet te doen, hoor.’
Ik voel me een ontaarde moeder als ik het warme bundeltje van mijn borst naar het bedje overhevel, maar ik wil natuurlijk geen overbezorgde ouder zijn die geen eisen aan haar kinderen durft te stellen. Ja, Spock is onverbiddelijk.
Terwijl Nina het op een krijsen zet, gaan mijn zus en ik weer op de bank zitten.
Ik zie mijn zus haar lippen bewegen, maar ik hoor alleen het gehuil van Nina dat mij door merg en been gaat. De bonbons die ik daarnet nog nauwelijks kon weerstaan, smaken ineens naar niks. Ik loop heen en weer op de gang en luister bij Nina’s deur. Misschien is ze wel met haar armpje tussen de spijltjes gekomen of is ze verstrikt geraakt in haar dekentjes. Mijn zus heeft ondertussen de tv maar aangezet, want met mij valt geen zinnig woord meer te wisselen. ’22 minuten en 34 seconden al!’roep ik uit, ’Spock is een leugenaar met zijn 20 minuten.’
‘Haal haar er dan uit,’ zegt mijn zus doodleuk, ‘ik mag dan niks van kinderen weten, maar ik vond jullie een half uur geleden allebei veel gezelliger.’

Gelukkig heeft ons overlevingsinstinct ervoor gezorgd dat baby’s niet haatdragend zijn, dus even later zit ik weer op de bank met een dolgelukkige Nina aan de borst. De bonbons smaken prima en ik kan weer hartelijk lachen om de verhalen van mijn zus.

‘Volgende week bij mij?’ vraagt ze aan het einde van de geredde avond, ‘enne…. neem Spock-baby alsjeblieft gewoon mee.’

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 25 april 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:16