'Buh'

Janneke Bakker is moeder van Nina (3) en Luc (1). Luc weet met weinig woorden duidelijk te maken wat hij graag wil.

Luc begint te praten. Als ouders zijn wij natuurlijk heel trots op onze vijftien maanden oude telg. Hoewel ik moet toegeven dat zijn woordenschat voornamelijk bestaat uit ‘die’. Als ik zie hoe goed Luc zich kan redden met zijn uiterst minimale vocabulaire, is het mij eigenlijk een raadsel waarom wij überhaupt de moeite nemen om een woordenschat op te bouwen en ons al die ingewikkelde grammatica aan te leren.

‘Die, die’ roepend wijst Luc de halve dag met zijn vingertje in het rond.Waarop zijn ouders en driejarige zusje dan coöperatief meedenken: ‘Wil je je beertje, Luc? Een stukje appel? Of je vrachtauto?’ Hij geeft niet op voor je de juiste ‘die’ te pakken hebt. Blijkbaar voorzien wij hem over het algemeen van de juiste feedback, want Luc vindt dat hij zich prima verstaanbaar kan maken met ‘die’ en doet geen enkele poging om zijn woordenschat uit te breiden. Op zich voorkomt het een hoop problemen om het lekker bij één woord te houden. Je wordt niet voortdurend gecorrigeerd om je uitspraak of verkeerde vervoegingen. Het is bovendien lekker overzichtelijk. Het is gewoon ‘die’ en je hoeft je tong verder niet te breken over allerlei onuitsprekelijke klanken.

Maar zelfs Luc ziet de eenzijdigheid van ‘die’ toch ergens wel in, dus heeft hij voor een aantal bijzonder favoriete begrippen een speciaal woord, namelijk ‘buh’. Helaas heeft ‘buh’ meerdere betekenissen, zoals brandweerauto, pindakaas, boterham, bekertje en borst. Als je ‘buh’ binnen de context beziet, levert dat meestal niet zoveel verwarring op en voorzien wij Luc zonder problemen van de juiste ‘buh’.

Toen mijn man en ik vorige week een (zeer zeldzaam) avondje weg waren naar het huwelijksfeest van mijn schoonzus, ontvingen we een wanhopig sms-je van mijn zusje dat oppaste: ‘WAT BETEKENT BUH??????’ Luc had al een uur lang op steeds dwingender toon ‘buh, buh’ staan roepen en mijn zus had geen idee wat hij daarmee bedoelde. In dit geval moesten wij het begrip ‘buh’ dus zonder context ontrafelen, maar het leek ons niet voor de hand liggend dat hij om twaalf uur ’s nachts een brandweerauto bedoelde. De meest waarschijnlijke optie was uiteraard borst. Nu is mijn zus daarvan wel in het bezit, maar helaas zonder de juiste inhoud. Gelukkig wist ze hem een poosje te paaien met een boterham met pindakaas (tweede keus ‘buh’) en gaven we haar nog de gouden tip om hem te laten spelen met de afstandsbediening (succes verzekerd).

Toen we een uurtje later thuis kwamen zat hij inderdaad vrolijk aan de afstandsbediening te knagen, keurig wachtend tot zijn ‘buh’ thuiskwam. Triomfantelijk keek hij mijn zus aan en wees nog maar eens even demonstratief naar mijn ‘buh’. Hoewel het natuurlijk wel een beetje irritant is dat die suffe volwassenen pas na een uur met de juiste ‘buh’ komen aankakken, is het op zich natuurlijk helemaal niet vervelend om boterhammen met pindakaas geserveerd te krijgen om een uur ’s nachts en om lekker aan de verboden afstandsbediening te mogen lebberen.

Reden te meer om je vocabulaire voorlopig nog maar even te houden zoals het is.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 18 april 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:16