Groene poep

Janneke Bakker is moeder van Nina (2) en baby Luc. Ze blikt terug op de kraamtijd van Luc.

‘Hij heeft groene poep,’ constateert de verloskundige. Ach,wat heet groen? Ik zou eerder zeggen: groenachtig. Maar verder gewoon mosterdgeel. Met een vleugje groen dus. Prima borstvoedingspoep.

Niet dat ik er wat over te vertellen heb trouwens,want de verloskundige praat met de kraamhulp.
‘Jaha,’ zegt de kraamhulp,‘groene poep.’
Ze kijken allebei bedenkelijk,want groene poep schijnt heel ernstig te zijn. 
‘Dat komt natuurlijk door die borstvoeding van haar,’ zegt de verloskundige.
Mijn dochter van twee drinkt ook af en toe nog een slokje mamamelk, dat vinden de verloskundige en de kraamhulp maar niks.
‘Een hongerbaby,’ besluiten de kraamhulp en de verloskundige gebroederlijk.
Ze weten ook al hoe dat komt.
‘Die oudste zal wel teveel drinken,’ zegt de kraamhulp. ‘En ze zal wel geen colostrum maken,’ zegt de verloskundige.

‘Ze’ zou nu natuurlijk een hele verhandeling moeten houden over het feit dat borstvoeding zich altijd aanpast aan de behoefte van het jongste kind en dat de hoeveelheid zich bovendien perfect aanpast aan de vraag.
‘Eh...,’ zeg ik assertief.
‘Hmm,’ zegt de verloskundige bedenkelijk terwijl ze het zorgplan doorkijkt,‘hij valt je wel vaak lastig, hè?’
Ze doelt nu niet op één of andere stalker, maar heeft het over mijn pasgeboren zoon die zich naar haar zin te vaak voor een voeding meldt.
Het lijstje waar ik de voedingstijden in bij moet houden heeft inderdaad te weinig regeltjes. Maar dat is niet zo raar aangezien mijn fanatieke kraamhulp elke slok opschrijft. Slaapslok, troostslok, zomaar-even-gezellig-tussendoorslok. Zo kom je natuurlijk wel aan vijftien ‘voedingen’ per dag.

De verloskundige en de kraamhulp overleggen verder over mijn ‘hongerbaby’. Ik hoor de woorden ‘niet genoeg’, flesvoeding en bijvoeden.
Verdorie,waarom ben ik nu alleen? Mijn man zou korte metten gemaakt hebben met deze zogenaamde deskundigen, maar die is uitgerekend nu op luierjacht.
‘Zou het je ongerustheid wegnemen als we hem even wogen?’ vraagt de verloskundige.Goh, ze kan dus blijkbaar toch tegen mij praten. En ik was eigenlijk helemaal niet ongerust tot zij het woord ‘hongerbaby’ liet vallen.
‘Eh ja...,’ is wederom mijn briljante reactie.
Ik dacht dat ik dit keer alle bakerpraatjes over borstvoeding moeiteloos en humoristisch zou pareren. Bij mijn eerste wist ik nog geen biet van borstvoeding, maar nu mag ik mijzelf inmiddels best als expert beschouwen.Waarom voelt dat dan niet zo? Een half uur geleden had ik nog een kerngezond kind en nu heb ik ineens een baby met GROENE POEP. En dat is blijkbaar heel erg.

De verloskundige hangt mijn zoon aan haar meethangmat.‘ 4500 gram,’ constateert ze. Hij is dus zelfs terug op zijn geboortegewicht! Ha, dat zal ze de mond snoeren. Triomfantelijk pak ik mijn Hollands Welvaren weer van haar over.

De verloskundige pakt haar jas.Voordat ze de deur achter zich dichtdoet geeft ze me nog één advies. Ik moet er wel voor zorgen dat ik meer tijd tussen de voedingen krijg, want zo ga ik de borstvoeding natuurlijk niet volhouden. ‘Dag, hoor!’ zegt ze tegen mijn dochter die ik al twee jaar borstvoeding geef.
Over volhouden gesproken.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 28 maart 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:16