Kolfopbrengst

Janneke Bakker is moeder van Nina (2) en baby Luc. Ze blikt terug op haar eerste werkdag na de geboorte van Nina.

Om zes uur ’s ochtends ben ik wakker. Klaarwakker. En niet omdat ik nou zo lekker uitgerust ben, want een overdaad aan slaap hebben we het laatste half jaar bepaald niet gehad. Mijn zwangerschapsverlof is na een half jaar echt ten einde. Van zo’n beetje elke regeling heb ik gebruik gemaakt om het zo lang mogelijk te kunnen rekken. Maar nu zal ik er aan moeten geloven, vandaag is mijn eerste werkdag. Ik dacht dat ik wel weer zin zou hebben om mij na een half jaar weer eens in de ‘Grotemensen’wereld te begeven. Maar wat is Nina eigenlijk nog klein en wat lijkt een werkdag van acht uur lang. Nietsvermoedend ligt ze nog in dromenland, onwetend van mijn snode plannen. Ik ben een ontaarde moeder.

Eerst ga ik kolven, hoewel de hele koelkast en vriezer vol liggen met moedermelk. Stel je voor dat ik niet genoeg zou achterlaten.Oppas-opa wil graag een lijstje met voedingstijden, aangezien zijn eigen kinderen in de jaren zeventig zijn grootgebracht.Voeden op verzoek was toen namelijk niet echt in zwang. Uiteindelijk komen we tot een soort compromis. Een lijstje met voedingstijden en tussendoor mag ze zoveel extra melk als ze wil. Zo heeft opa zijn schema en krijgt mijn dochter toch voeding op verzoek.Oh, als dat maar goed gaat.

Als ik een half uur te vroeg op de trein sta te wachten, realiseer ik me dat mijn actieradius het laatste half jaar niet veel groter was dan van de supermarkt naar de speeltuin. Het voelt alsof ik een arm of een been heb thuisgelaten. Ik zou wel uit willen roepen: ‘Ik ben moeder hoor! Ik heb een baby!’.
Heb ik haar sokken eigenlijk wel klaargelegd? Toch maar even naar huis bellen.Mijn vader moet lachen, ik ben pas vijf minuten weg.

Het voelt alsof ik er al een hele werkdag heb opzitten, maar ik moet nog beginnen.Om kwart over negen begint de eerste les.Als ik het nog maar kan, of zouden mijn hersenen niets anders meer kunnen produceren dan slaapliedjes? Ik hoop dat ik nog en beetje orde kan houden. Het eerste lesuur heb ik gelukkig een klas met alleen maar meisjes, en meisjes houden van baby’s. Ze vragen honderduit.‘ Zegt ze al mama?’,‘Gaat ze naar de crèche?’,‘Kan ze al kruipen?’. Zo gaat er een half uur voorbij, zonder èchte les. Dit gaat best goed!

Nu moet ik gaan kolven. Ik heb het gevoel alsof iedereen naar mijn boezem staart, die het formaat van twee watermeloenen heeft aangenomen.De kolfruimte is bezet, dus ga ik naar de wc. En snel,want mijn toeschietreflex is blijkbaar niet van plan om op de kolf te wachten.Twee cupmaten kleiner en 180 cc melk rijker kom ik de wc weer uit. Na nog twee kolfsessies (nu gelukkig op een officiële kolfplek), zes telefoontjes naar huis en nog wat lessen tussendoor, is het eindelijk tijd om naar huis te gaan. ‘Hoe was je eerste werkdag?’, vraagt een collega. ‘Geweldig!’, antwoord ik,‘480 cc gekolfd!’.

Trots op mijn kolfopbrengst ga ik naar de trein, daar heeft mijn kleine melkliefhebster vast niet tegenop kunnen drinken! Thuis tref ik een ontredderd tafereel aan, Nina ligt ontroostbaar tegen opa aangeklemd, hard huilend. ‘Ze heeft de hele dag niets willen drinken,’ vertelt mijn vader,‘ik wilde je niet ongerust maken.’ Snel leg ik haar aan de borst,waar ze na een seconde tevreden aan ligt te drinken. Nu is het mijn beurt om een potje te huilen. Ik kijk naar mijn innig tevreden drinkende dochter, die haar leed weer helemaal is vergeten.

Mijn afgekolfde melk staat nog op tafel. Dat is dan weer 480 cc extra voor de vriezer.

 

Deze column is eerder verschenen in het tijdschrift BOVA.

Gepubliceerd: 21 maart 2013 om 02:00 | Laatst bijgewerkt: 6 juli 2013 om 00:16