Cultuur of natuur?

Over de hele wereld krijgen baby's al vele jaren borstvoeding. In die lange tijdsspanne heeft elk land, elke cultuur haar eigen gebruiken en normen rondom borstvoeding ontwikkeld. In onderstaand artikel wordt daarop ingegaan.

Antropologie

De antropologie is een tak van wetenschap die mensen bestudeert als biologische wezens die zich voortdurend aanpassen aan hun leefomgeving (natuur) en die hun leefomgeving aanpassen door middel van cultuur. Deze 'biologische-culturele benadering' kun je ook op borstvoeding toepassen. Het is geen 'terug naar de natuur'-benadering, maar een benadering die er vanuit gaat dat natuur en cultuur elkaar over en weer beïnvloeden. Het is daarom moeilijk uitspraken te doen over wat  voor de mens 'natuurlijk' is; cultuur speelt zo'n grote rol in de beslissingen die we nemen.

Biologie

Moedermelk bevat relatief weinig vet en eiwit en relatief veel koolhydraten, vooral in de vorm van lactose. Lactose (melksuiker) is belangrijk voor de hersengroei. Moedermelk bevat bijna twee keer zoveel melksuiker als koemelk – koeien hebben dan ook weinig hersenen.
Net als andere primaten (aapachtigen) zijn mensenbaby's bij hun geboorte nog lang niet klaar met groeien en ontwikkelen, ze hebben veel voedingen nodig en groeien langzaam. Primaten krijgen een aanzienlijk deel van hun leven borstvoeding, deels omdat het relatief lang duurt voordat voor zichzelf kunnen zorgen.

Katherine Dettwyler zegt in haar boek Breastfeeding, biocultural perspectieves:
"Als mensen hun baby's zouden spenen in overeenstemming met het patroon dat bij primaten wordt aangetroffen - dus zonder zich te bekommeren om overtuigingen of gewoontes -, de meeste kinderen ergens tussen hun de 2,5 en 7 jaar gespeend zouden worden".

Cultuur

Natuurlijk spelen overtuigingen en gewoontes bij mensen wel een grote rol. Een antropoloog zou zeggen dat het moment van spenen cultureel bepaald is en per samenleving varieert. In sommige samenlevingen stopt men al kort na de geboorte, in andere samenlevingen krijgen kinderen tot hun zevende nog af en toe de borst. Er blijkt vaak ook een zg. genderverschil te zijn; in sommige culturen krijgen jongens langer de borst dan meisjes. Tandemvoeden (twee kinderen van verschillende leeftijd aan de borst) komt in de meeste culturen nauwelijks voor, maar het is wel een mogelijkheid; een culturele variatie op een biologisch thema.
Wat het onderzoek waar Dettwyler zich op baseert aangeeft  is dat lang voeden beslist niet abnormaal is ook al gebeurt het niet in alle samenlevingen. Het idee dat lang-voedende moeders hun baby's afhankelijk maken of dat ze louter om egoïstische redenen doorgaan met borstvoeding geven, is een cultureel (voor)oordeel en kent geen biologische grond.

Desastreus

Overtuigingen en gewoontes binnen een cultuur kunnen desastreuze gevolgen hebben. In het 18e eeuwse West-Europa werd borstvoeding gezien als voedsel van de armen. Mozart, de beroemde componist, gaf zijn kinderen datgene waar hij zelf ook groot op was geworden: suikerwater. Vier van zijn zes kinderen stierven mede daardoor voor hun derde jaar. Mozart's slechte gezondheid en zijn vroege dood, hebben ongetwijfeld ook te maken met het suikerwater waarop hij 'groot' was geworden.

Slaapgewoonten

Mensenbaby's zijn zo hulpeloos en kwetsbaar en moeten zo vaak bij hun moeder drinken dat ze, bijna overal en door alle tijden heen, bij één of beide ouders sliepen. Ook in Westerse landen was dit tot zo'n 75 à 100 jaar geleden gebruikelijk. Rond die tijd ontstond het culturele idee dat samen slapen met je baby gevaarlijk was. Het zou je kind sexueel prikkelen of de kans vergroten dat je kind homosexueel werd. Of je kon bovenop je baby komen te liggen, waardoor hij zou kunnen stikken.

Later bleek uit nauwkeurig onderzoek van antropoloog James McKenna dat samen slapen juist veiliger is voor baby's dan alleen slapen. Sterker nog: in situaties waarin moeders borstvoeding geven, niet roken en 's nachts samen slapen met hun baby, is het aantal gevallen van wiegendood minimaal.

Hoewel borstvoeding geven en/of samen slapen het risico op wiegendood nooit helemaal kunnen wegnemen, blijkt er dus wel een belangrijke preventieve werking vanuit te gaan.
Omdat het zenuwstelsel van baby's nog niet volledig ontwikkeld is 'vergeten' ze soms adem te halen. Men denkt dat dit een risicofactor is voor wiegendood. Borstgevoede baby's worden vaak wakker om te drinken waardoor ze niet te lang of te diep kunnen slapen en er minder kans is dat ze 'vergeten' te ademhalen. Als baby's samen slapen gaan ze bovendien het ademhalingspatroon van de volwassenen imiteren, waardoor ze minder snel vergeten adem te halen. De bewegingen van de slapende ouder geeft ademhalingsprikkels en ook het inademen van de door de moeder uitgeademde kooldioxide is waarschijnlijk ook een ademhalingsprikkel.
Er zijn nog meer voordelen van samen slapen. Het geven van nachtvoedingen zorgt ervoor dat de baby meer voeding krijgt, en de melkproductie beter op peil blijft. Vooral voor moeders met een sterk wisselende melkproductie is dat een uitkomst. Hetzelfde gaat waarschijnlijk op voor de inname van immuunstoffen via moedermelk. Ook daarvan lijkt de productie per moeder te variëren.

Culturele krampen

Baby's slapen niet alleen, ze huilen ook; sommige baby's zelfs heel veel. Uit onderzoek naar huilpatronen bij baby's blijkt dat baby's met krampjes niet vaker huilen dan andere baby's, maar wel langer per keer. De manier waarop er met de baby werd omgegaan bleek van grote invloed op de duur van het huilen. Daarbij werd vergeleken hoe de Zuidafrikaanse !Kung-vrouwen met hun baby's omgingen en hoe Amerikaanse en Europese ouders met hun baby omgingen. De !Kung dragen hun baby's continu bij zich en geven de borst wanneer ze willen, tot wel 3 à 4 maal per uur ongeveer 2 minuten per keer. In Amerika en Europa ligt het gemiddeld aantal voedingen per etmaal op ongeveer 7, duren de voedingen langer en is de gemiddelde duur tussen de voedingen drie uur.

Voor het onderzoek werd een aantal Amerikaanse moeders gevraagd hun baby gedurende een bepaalde periode minstens drie uur per dag bij zich te dragen. Na afloop bleek dat die baby's nog maar de helft zoveel huilden als baby's van moeders die hen niet "extra" droegen.

Te weinig melk

Als een borstgevoede baby huilt, denkt men in het Westen al snel dat de moeder 'wel niet genoeg melk zal hebben', of dat er 'niet genoeg voeding in zit'. Nou zijn er inderdaad moeders die echt niet genoeg melk kunnen maken voor hun baby, bijvoorbeeld doordat ze weinig klierweefsel hebben. Maar in de meeste gevallen ontstaan problemen met de melkproductie pas als de cultuur restricties oplegt aan het geven van borstvoeding.

Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de culturele gewoonte om minder vaak en daarom langer per keer te voeden de melkproductie negatief beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor het (al vroeg) bijgeven van andere voeding: de tepels worden minder vaak gestimuleerd en daarmee het gehele melkproductiesysteem. Het blijkt zelfs dat als vrouwen en zorgverleners geloven dat 'te weinig melk' een veelvoorkomend probleem is, ze ook meer gaan letten op signalen van 'te weinig melk'. Daardoor gaan ze hele normale fysiologische ontwikkelingen opvatten als tekenen van te weinig melk. Zoals bijvoorbeeld het niet meer lekken van de borsten tussen de voedingen door, of het huilen van de baby om andere redenen dan honger. Kunstvoedingfabrikanten pakken dit vaak op om in hun foldermateriaal moeders over te halen hun baby te gaan bijvoeden, en helpen zo mee de mythes in stand te houden.

Welke borst eerst?

Veel vrouwen denken dat ze telkens de laatstgegeven borst bij de volgende voeding als eerste moeten geven om te voorkomen dat hun borsten verschillend van grootte worden. Vrouwen in andere samenlevingen dan de onze bekommeren zich meestal niet om deze vraag - ze geven die borst die op dat moment toevallig het handigst is. Het is frappant dat bij de meeste vrouwen de rechterborst het kleinst is, en dat de meeste mensen rechtshandig zijn. De grootte van de borst zegt niets over de hoeveelheid melk die geproduceerd kan worden. Maar de meeste vrouwen merken wel een verschil in productie tussen de ene en de andere kant, ook al drinkt de baby aan beide borsten even veel.

Veel baby's hebben een tijdlang een voorkeur voor een bepaalde borst, vaak de linker. Natuur-lijk is het voor een goede melkproductie, in het algemeen gesproken, niet goed om altijd één en dezelfde borst te geven. Vrouwen maken zich vaak zorgen dat ze 'scheef' gaan lopen als ze twee keer achter elkaar dezelfde borst geven. Maar bij alle vrouwen verschillen de linker en rechterborst. Alleen merk je dat vaak pas als je borstvoeding geeft.

Flexibiliteit

Het geheim van succesvolle borstvoeding geven is flexibiliteit. Veel Westerse mensen voelen zich helemaal niet op hun gemak bij flexibele patronen. Maar borstvoeding geven is een kunst, niet een exacte wetenschap. Er zijn maar weinig borstvoedingsfeiten die altijd en overal voor iedereen opgaan; dus moeten moeder en baby de kans krijgen hun eigen manier te ontwikkelen. Rigide schema's en strikte regels verkleinen die kans en maken borstvoeding geven vaak moeilijk of zelfs onmogelijk.

Natuur of cultuur?

Als je borstvoeding benadert vanuit biologisch perspectief, ben je misschien geneigd te denken dat er één perfecte, 'natuurlijke' manier is om je baby te voeden of je kind op te voeden. Zeker als je leeft in een samenleving die borstvoeding geven niet erg ondersteunt, is het heel verleidelijk te fantaseren over een samenleving waarin die 'natuurlijke' manier is om je baby te voeden of je kind op te voeden gebezigd wordt. Maar zo'n samenleving bestaat niet. We leven in een niet-perfecte wereld, en de verschillende samenlevingen zijn een afspiegeling van die realiteit.
In sommige samenlevingen vindt de geboorte plaats in een mooie, comfortabele omgeving, maar wordt colostrum gezien als ongeschikt voor baby's en mag de moeder haar kind pas aan de borst nemen als het colostrum overgaat in rijpe moedermelk. In sommige samenlevingen krijgen de kinderen borstvoeding tot hun derde jaar, maar worden dan gescheiden van de moeder om bij de grootouders in een ander dorp te gaan wonen. Soms mag het kind bij zijn moeder drinken tot zijn zesde jaar, maar wordt het daarna abrupt gespeend en iedere smeekbede genegeerd. Een baby kan biologische geprogrammeerd zijn om samen met zijn moeder te slapen, maar zijn cultuur legt hem op om vanaf dag een alleen te slapen. Vroeg bijvoeden wordt vaak ontraden, maar in veel Afrikaanse culturen mag een peuter geen eiwitrijk voedsel; een gebruik dat lang niet alle peuters overleven. 'Attachment parenting' en 'natuurlijk spenen' zijn prachtige begrippen voor veel moeders, maar voor een antropoloog zijn ze in wezen cultureel en niet biologisch.

Iedere cultuur heeft aspecten die jou perfect lijken, maar ook andere waarover je alleen maar je hoofd schudt. Een van de voordelen van die enorme verscheidenheid aan samenlevingen, gewoonten en overtuigingen is dat ouders daaruit kunnen kiezen wat het beste bij hun en hun gezin past.

Bron

Het oorspronkelijke artikel A biocultural approach to breastfeeding, inclusief de referenties, is na te lezen op www.lalecheleague.org/NB/NBNovDec96p164.html