Veilig samen slapen

Eeuwenlang hebben moeders en baby's samen geslapen. In veel niet-Westerse culturen is dit nog steeds het geval. De laatste jaren ontdekken veel Westerse ouders dat samen slapen zo gek nog niet is: het maakt de nachtvoedingen een stuk eenvoudiger, en gebroken nachten behoren snel tot het verleden. Toch wordt samen slapen met een jonge baby afgeraden. Wat betekent dit voor ouders die borstvoeding geven?

Wiegendood

Veel ouders hebben vragen over veilig slapen, vooral vanwege de angst voor wiegendood. Wiegendood is de term die men geeft aan het plotseling, onverwacht en onverklaarbaar intreden van de dood bij een jong kind, waar ook na onderzoek geen oorzaak gevonden kan worden voor het overlijden. Wiegendood kan overal optreden, niet alleen in een wieg of babybedje, maar ook in het ouderlijk bed, in de box, op de bank, in een stoel of bijvoorbeeld in een draagdoek.

Veilig slapen

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen wiegendood en andere doodsoorzaken. Veel sterftes van baby's tijdens de slaap zijn te wijten aan verstikking door onveilige slaapomstandigheden, of door een val uit het bed. Er is dan dus geen sprake van wiegendood.
Overlijden als gevolg van onveilig slapen kan voorkomen worden. Wiegendood kan niet altijd voorkomen worden. Ook een baby van ouders die alle adviezen voor veilig slapen nauwgezet opvolgen, kan overlijden aan wiegendood.
De adviezen voor veilig slapen zijn nagenoeg hetzelfde als de adviezen om het risico op wiegendood te verlagen. Die zullen hierna dan ook als één worden behandeld.
Er zijn een aantal omgevings- en verzorgingsfactoren waarover adviezen gegeven kunnen worden: slaaphouding van de baby, temperatuur en omgeving van de baby, slaapplaats van de baby en het bedmateriaal, leefwijze van de ouders, en voeding van de baby.

Slaaphouding

Buikligging wordt niet aangeraden, zolang een baby niet zelf kan terugrollen in zij- of rugligging, of het hoofdje kan optillen en zijwaarts kan draaien. Als de baby met neus en mond tegen het matras ligt, wordt de uitgeademde lucht min of meer vastgehouden en deels weer ingeademd.

Op de rug slapen is daarom voor jonge baby's de veiligste slaaphouding. Je baby ligt zo met het gezichtje vrij. De eerste twee weken kan je baby nog op de zij slapen. Daarna niet meer, omdat je kind dan kan omrollen tot op de buik. Als je baby zichzelf vlot om en om kan draaien, kun je hem zelf zijn slaaphouding laten bepalen.
Leg je kind niet vast in bed. Je kind kan zich vastdraaien. Inbakeren mag alleen in overleg met een consultatiebureau-arts: verkeerd inbakeren kan onveilig zijn en daarnaast op latere leeftijd tot heupproblemen lijden.
Uit onderzoek blijkt dat borstgevoede baby's die 's nachts naast hun moeder slapen en op verzoek borstvoeding krijgen, een groot deel van de tijd met hun gezicht naar hun moeder gericht slapen. De baby ligt meestal ter hoogte van de moederborst. Ook moeders blijken hun slaaphouding aan te passen: ze liggen op hun zij en hebben hun onderste arm boven het hoofdje van de baby en onder hun eigen hoofd, en ze hebben hun knieën opgetrokken tot onder de voetjes van de baby. De baby kan zo dus niet omhoog en niet omlaag op het bed. Moeders die geen borstvoeding geven, blijken heel anders samen te slapen met hun baby; ze leggen hun kind vaak ter hoogte van hun gezicht, en liggen vaker met de rug naar de baby gekeerd.

Bedmateriaal

Gebruik de eerste twee jaar geen dekbed of deken in dekbedhoes en ook geen kussen. Dit kan veel te warm zijn voor je baby. En je kind kan zich gemakkelijk onder of in het losliggend beddengoed wurmen. Dit kan de ademhaling belemmeren. Gebruik een deken met laken(tje) en maak het bed stevig en kort op. Of trek je baby een goed passende slaapzak aan. Slaap je met je baby, trek dan zelf een warme(re) pyjama aan als je het beddengoed niet volledig over je schouders kunt trekken vanwege de baby.

Temperatuur

Kleed je baby niet te warm. Let op de combinatie kleding, beddengoed en kamertemperatuur. Een baby heeft het warm genoeg als zijn voetjes aangenaam aanvoelen. Ventileer de kamer waar je kind slaapt regelmatig. Dek je kind bij koorts minder warm toe dan je gewoonlijk doet.

Slaapplek

Zorg ervoor dat de slaapplek van je baby veilig is, of het nu een wiegje, kinderbedje of het ouderlijk bed is. Als je je baby bij je in bed wilt laten slapen, pas het bed en het bedmateriaal dan aan. Als je ervoor kiest je baby in een wieg of bedje te laten slapen, dan kun je de nachtvoedingen vergemakkelijken door het bedje zo dicht mogelijk bij je eigen bed te zetten.
Zorg dat er geen (gordijn)koorden en snoeren in de buurt van het bed hangen. Hang een mobiel buiten bereik van je kind. Plaats het bed niet bij het raam, of bij een verwarming. Je kind kan het te warm krijgen of zich eraan branden. Kies een stevig en goed passend matras zonder spleet. Gebruik geen waterbed. Om te voorkomen dat je baby uit bed rolt, kun je de zijkanten van het bed verhogen met planken, of bedrekjes. Is je baby zo groot dat hij uit het bed kan klimmen, zorg dan voor een laag bed. En zorg voor een zachte ondergrond, voor het geval je kind uit bed valt.
Laat peuters en oudere kinderen niet samen met je baby in een bed slapen. Dit geldt ook voor huisdieren!

Leefwijze ouders

Houd je baby vrij van rook. Er is een duidelijk verband tussen roken en wiegendood. Roken tijdens de zwangerschap heeft een ongunstige invloed op de zuurstofvoorziening, groei en vermoedelijk ook longfuncties van het kind. Allemaal gevolgen die na de geboorte het risico op wiegendood vergroten. Luchtwegaandoeningen komen vaker voor bij kinderen van rokende ouders. Als je borstvoeding geeft rook dan zo min mogelijk, en in ieder geval niet in de aanwezigheid van je baby.
Neem nooit je baby bij je in bed, als je hebt gedronken, medicijnen of drugs hebt gebruikt of wanneer je erg vermoeid of gestresst bent.
Stel je baby niet onnodig bloot aan vermoeienissen en stress. Dit verstoort het slaapritme van je baby. Een verstoord slaapritme is een risicofactor voor wiegendood.

Borstvoeding

Baby's die borstvoeding krijgen, lopen minder risico op luchtweginfecties en maag-darminfecties. Deze infecties vormen een risicofactor voor wiegendood. Borstvoeding geven zorgt ook voor een goede vorming van de mond. Wanneer een baby drinkt uit een fles, drukt de speen het gehemelte omhoog, waardoor de mondholte op den duur smaller wordt en de luchtweg naar de neus beperkt wordt. Een rechtstreeks verband tussen dit fenomeen en wiegendood is nog niet onomstotelijk aangetoond. Maar omdat de vorm van de mond een factor is bij volwassenen die last hebben van slaapapneu, lijkt het aannemelijk dat dit bij baby's ook zo is.

Onregelmatige ademhaling

Moedermelk bevordert de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel waardoor baby's een betere controle krijgen over hun ademhalingsmechanismen. Dit is belangrijk, want in de eerste maanden na de geboorte zijn de ademhalingsmechanismen van een baby nog onrijp. Hierdoor mist de ademhaling van een baby een regelmatig patroon. De ademhaling kan herhaaldelijk stoppen, soms wel 15-20 seconden. Dit wordt een 'apneu' genoemd. Ook de hartslag van de baby gaat omlaag tijdens een apneu. Als reactie op een apneu wordt het startmechanisme van de ademhaling actief of de baby wordt wakker (wekprikkel). Soms houdt een apneu aan. Dan moet er dus worden ingegrepen om het kind weer te laten ademenen. Even 'aantikken' van de baby kan genoeg zijn.
De 'wekprikkel' is verminderd als baby's op hun buik slapen, als ze prematuur geboren zijn, als hun moeder rookt, als ze kortgeleden een infectie hebben doorgemaakt en als ze in diepe slaap zijn.

Samen slapen

Uit onderzoek blijkt dat wel of niet samen slapen van moeder en kind invloed heeft op de aard van de wekprikkel, aantal en duur van de borstvoedingen, de slaaphouding van de baby en de frequentie van het toezicht van de moeder. Er werden beduidende verschillen gevonden. Samen slapen ging samen met een grotere hoeveelheid wekprikkels en een frequentere wisseling van actieve slaap en diepe slaap (REM en non-REM). Baby's die samen sliepen werden vaker (kort) wakker. Samen slapende moeders en baby's bevonden zich doorgaans in hetzelfde slaapstadium, terwijl baby's die apart sliepen langere periodes van diepe slaap hadden.
Bij analyse van video-opnamen van slapende, borstvoedende moeder en kind-paren bleek dat:

• Zij de meeste tijd met het gezicht naar elkaar toe sliepen (72-99%);
• De frequentie van borstvoedingen verdrievoudigde, terwijl de gemiddelde voedingstijd juist halveerde;
• De moeders gemiddeld tussen de 10% en 27% wekprikkels bij de baby activeerden, terwijl de baby's meer dan de helft van de wekprikkels van de moeder activeerden
• De moeders vier keer vaker de toestand van de baby inspecteerden door bijvoorbeeld de deken opnieuw te schikken, de houding van de baby te veranderen of op andere wijze in te grijpen
• Het directe lichamelijk contact, door borstvoeding geven en actief of passief omarmen en aanraken, varieerde van 28% tot 99%. Bij apart slapende moeders en baby's was dit tussen de 2% en 14% per nacht.

Op basis van deze gegevens zou alleen slapen een risicoverhogende factor genoemd kunnen worden. Maar omdat in onze samenleving alleen slapen de norm is geworden, wordt er niet als zodanig door onderzoekers naar gekeken. In alle onderzoeken lijkt alleen slapen een gegeven, en wordt voorbijgegaan aan de culturele bepaaldheid ervan.

Ook 'doorslapen' lijkt een risicoverhogende factor. Doordat we op grote schaal baby's zijn gaan voeden met kunstvoeding en alleen te slapen zijn gaan leggen, is de opvatting van natuurlijk babygedrag en slaapgedrag veranderd. Het idee dat baby's alleen moeten slapen en moeten 'leren' doorslapen behoren tot die veranderde opvatting. De meeste gevallen van wiegendood vinden plaats rond de leeftijd van twee tot vier maanden; de leeftijd waarop veel baby's gaan 'doorslapen'.

Wetenschappers zijn het erover eens dat een 'verstoord slaapritme' een risicoverhogende factor is voor wiegendood. Alleen slapen, 'leren' doorslapen, en het geven van kunstvoeding zouden weleens in belangrijke mate kunnen bijdragen aan de verstoring van het natuurlijk slaapritme van baby's.

Borstvoeding geven wordt door sommigen nog wel eens een 'lifestyle choice' genoemd; een keuze voor een bepaalde levensstijl. Wie het belang van borstvoeding bij het verlagen van het risico op  wiegendood inziet, zou tot de conclusie kunnen komen dat borstvoeding niet alleen een 'lifestyle choice' is, maar zelfs een 'lifesaving choice' kan zijn, een levensreddende keuze.

Bronnen

Ball, Helen. Sleeping with the baby. LLLGB News 138: 15-16. 2003
Smit, Mary. Borstvoeding en wiegendood. Borstvoeding Vandaag 4: 5-7. 2000
Stichting Consument en Veiligheid. Veilig slapen. Nieuwsbrief 18. 2004
Weijers, Mirjam. Borstvoeding, samen slapen en wiegendood. Borstekind 2: 11-12. 2004-06-27

Meer informatie over wiegendood is te vinden op www.wiegedood.nl
Meer informatie over veilig slapen is te vinden op www.veiligheid.nl
Meer informatie over borstvoeding en samen slapen is te vinden in het boek Nighttime Parenting van Dr. William Sears en in het informatieblad Veilig samen slapen