Home
Contact
Home
Actueel
Wie zijn wij?
(a.s.) Moeder
Zorgverlener
Borstvoeding ABC
Webwinkel
Contact
Links
Borstvoeding geven in een nieuwe zwangerschap

Zwanger worden terwijl je nog borstvoeding geeft is mogelijk. Normaal gesproken wordt de ovulatie onderdrukt zolang je volledig borstvoeding geeft. Het geven van borstvoeding biedt 98% bescherming tegen zwangerschap, mits:
- De moeder volledig borstvoeding geeft en de baby ook zijn zuigbehoefte aan de borst mag bevredigen, nachtvoedingen krijgt, en geen bijvoeding.
- De moeder voor de 56ste dag na de bevalling geen vaginale bloeding (menstruatie) heeft gehad.

Vaak wordt door de arts of verloskundige aangeraden het oudere kind van de borst af te wennen, als de moeder opnieuw zwanger is. Als reden wordt vaak gegeven, dat borstvoeding geven weeënopwekkend kan zijn. Inderdaad komt tijdens de toeschietreflex het weeënopwekkende hormoon oxytocine vrij, maar niet meer dan tijdens een vrijpartij. Zolang de arts of verloskundige vrijen niet ontraadt, is er dan ook geen reden te stoppen met borstvoeding.

Opnieuw zwanger

Wanneer de zwangerschap zich snel na de vorige bevalling aankondigt en de baby nog maar een paar maanden oud is, is er veel voor te zeggen de baby door te voeden tot hij, na zo'n zes maanden, over kan gaan op vast voedsel. Wanneer de nieuwe baby geboren wordt zal dit kind ongeveer een jaar oud zijn, en gewend zijn aan ander eten en drinken.
Als het eerste kind ouder is dan een jaar wanneer de moeder weer zwanger wordt, is het uit voedingstechnisch oogpunt minder belangrijk hem aan de borst te houden. De moeder kan dan, als ze dat wil, de borstvoeding geleidelijk afbouwen terwijl ze haar kind op andere manieren dan aan de borst de veiligheid en geborgenheid biedt die hij nodig heeft.
Een moeder die zwanger is en nog borstvoeding geeft moet zorgen voor goede voeding en voldoende rust,  bijvoorbeeld door liggend te voeden.

Vanzelf?

Vaak stoppen oudere kinderen vanzelf met het drinken aan de borst als hun moeder weer zwanger is. Aan de ene kant omdat ze er misschien toch aan toe waren, aan de andere kant omdat de hoeveelheid melk halverwege de zwangerschap minder wordt en de smaak van de melk verandert. De moeder krijgt vaak ook last van gevoelige tepels en is daardoor minder snel geneigd haar kind te laten drinken. Ook zit aan het einde van de zwangerschap de dikke buik soms in de weg. Het oudere kind afleiden van de borst en op een andere manier aandacht geven, is soms een goede oplossing.

Na de bevalling

Het is mogelijk tijdens de nieuwe zwangerschap door te voeden en na de bevalling twee kinderen aan de borst te hebben. Wel is het zo dat na de bevalling de melk afgestemd is op de pasgeborene; de moeder produceert opnieuw colostrum. De nieuwe baby moet dan ook in ieder geval in de kraamtijd altijd als eerste aan de borst worden gelegd.
Vaak is het zo dat het oudere kind weer extra geïnteresseerd is in de borst. Behalve dat hij geniet van de hoeveelheid melk, heeft hij vaak ook de geruststelling nodig dat hij er nog bij hoort. Het oudere kind bewust betrekken bij de verzorging van zijn broertje of zusje, kan voorkomen dat hij weer heel vaak om de borst gaat vragen. De ontlasting van het oudere kind kan, als gevolg van de extra moedermelk, weer losser worden en vaker komen.

Moeder

De gevoelens van een moeder, die behalve een baby ook nog een groter kind aan de borst heeft, kunnen behoorlijk wisselend zijn. Ook als ze tijdens haar zwangerschap  weloverwogen besloten heeft beide kinderen aan de borst te houden, kan dit na de geboorte van de baby veranderen. Het oudere kind lijkt ineens heel groot en het kan dat de moeder afwijzende gevoelens ervaart ten opzichte van haar oudere kind. Soms voelt een moeder zich hier schuldig over. Het is goed te weten dat deze gevoelens normaal zijn en dat ze ook voorkomen, wanneer het oudere kind niet aan de borst zou drinken.
Ook het verschil in drinktechniek tussen het oudere kind en de baby kan ervoor zorgen dat ze het niet prettig vindt het oudere kind aan de borst te hebben. In dat geval kan de moeder proberen het oudere kind af te leiden, voordat hij vraagt om drinken, bijvoorbeeld door iets anders te eten of te drinken aan te bieden. Ze kan ook de voedingen inkorten of haar partner meer tijd met het kind laten doorbrengen.

Omgeving

Als een moeder twee kinderen aan de borst heeft, is het fijn terug te kunnen vallen op mensen die haar steunen, of die een soortgelijke ervaring hebben. Contact met een LLL-leidster of ervaringen uitwisselen tijdens informatiebijeenkomsten kan in die behoefte voorzien.

Mary Steen, lactatiekundige IBCLC en oud-LLL-leidster

 

Nieuw

590 medmothmilk 2010.jpg
560 wab.jpg 
© 2009 Borstvoedingorganisatie La Leche League - Alle rechten voorbehouden - Aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) - Lid van IBFAN