Home
Contact
Home
Actueel
Wie zijn wij?
(a.s.) Moeder
Zorgverlener
Borstvoeding ABC
Webwinkel
Contact
Links
Milieuverontreinigende stoffen en moedermelk

Moedermelk bevat sporen van milieuverontreinigende stoffen. Uit onderzoek blijkt echter dat dit geen reden is om af te zien van het geven van borstvoeding.

Onderzoek

Om te bepalen in welke mate mensen milieuverontreinigende stoffen in hun lichaam hebben, wordt er regelmatig onderzoek gedaan. Dat kan door het afnemen van bloed en vetweefsel. Dit vraagt natuurlijk wel wat van de mensen die aan het onderzoek meedoen. Daarom nemen onderzoekers steeds vaker hun toevlucht tot moedermelk. Dat is gemakkelijk te krijgen; een moeder hoeft alleen maar wat melk af te kolven. Ze hoeft niet geprikt te worden en er hoeft geen vetweefsel verwijderd te worden.

Moedermelk

Moedermelk is dan wel gemakkelijk te verkrijgen. Maar het is moeilijk om nauwkeurig de hoeveelheden van deze stoffen in moedermelk vast te stellen omdat de concentraties sterk variëren. Het is ook moeilijk om onderzoeken te vergelijken omdat de mate van verontreiniging in sommige onderzoeken werd bepaald in de volle melk en in andere onderzoeken alleen in het melkvet.

Effect

Er is weinig onderzoek beschikbaar dat iets zegt over de effecten van verontreinigende stoffen. De meeste informatie hierover komt uit dierenonderzoek. Maar wat voor dieren geldt, geldt niet zomaar ook voor mensen. Jonge apen bijvoorbeeld, hebben minder lichaamsvet dan mensenbaby's, waardoor verontreinigingen meer kans zullen hebben om belangrijke organen aan te tasten.
Schadelijke effecten van verontreinigende stoffen die een baby in de baarmoeder krijgt, zijn wel bewezen. Hoewel een baby via de borstvoeding grotere hoeveelheden verontreinigende stoffen binnenkrijgt dan via de placenta, is de invloed van deze stoffen veel groter voor het ongeboren kind dat zich in een kritische ontwikkelingsfase bevindt en zelf nog weinig lichaamsvet heeft.
Op initiatief van de Nederlandse overheid is begin jaren negentig uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van dioxinen en PCB's. Elf jaar lang werden kinderen uit een sterk vervuild milieu vergeleken met kinderen uit een minder vervuild milieu. Een deel van de kinderen kreeg borstvoeding en een ander deel kreeg kunstvoeding. Het beste scoorden kinderen die bij de geboorte minder schadelijke stoffen mee gekregen hadden en die borstvoeding kregen. De grote verrassing voor de onderzoekers was, dat de kinderen die uit een meer vervuild gebied kwamen, en ook moedermelk kregen, beter scoorden dan de kinderen uit een minder vervuild milieu, die met kunstvoeding waren opgegroeid.

Lang voeden

Omdat je bij je eerste kind je vetreserves het eerst aanspreekt, krijgt je eerste kind naar verhouding de meeste milieuverontreinigende stoffen binnen via de moedermelk. Naarmate je langer voedt neemt de concentratie vervuiling in je borstvoeding af. Daarnaast groeit je kind snel en krijgt steeds meer lichaamsvetten, waardoor hij zelf de vervuilingen kan opslaan. Ook ieder volgend kind krijgt minder vervuilende stoffen binnen via de borstvoeding.

Bewust leven

Je kunt nooit vroeg genoeg beginnen met het beperken van opname van vervuilende stoffen.
Er zijn veel mogelijkheden om de vervuilingrisico's voor jezelf, en voor je kinderen te beperken.
Bijvoorbeeld door bespoten fruit en groente grondig te wassen of te schillen, de hoeveelheid dierlijke vetten te beperken, extreem gewichtsverlies te vermijden, te stoppen met roken, en voorzichtig te zijn met oplosmiddelen zoals in lijm, verf, kwastenreiniger, etc.
Door het geven van borstvoeding zet je een trend voor een gezond en bewust leven van dat van je kinderen. Door zelf de risico's van opname van milieuvervuilende stoffen te beperken, beperk je ook het risico voor je kinderen. De aanwezigheid van milieuverontreinigende stoffen is vooral een signaal dat een schoner milieu gewenst is: werken aan een schoner milieu, is werken aan schonere moedermelk.

Georgette Oskamp,
LLL-leidster te Driebergen

Referenties:
Bauchner, E. Environmental contaminants and human milk. Leaven, 2003-2004, dec-jan; 39(6): 123-125,140. LLLI
'Borstvoeding en milieu'. Informatieblad 1. Borstvoedingorganisatie LLL, 2000.

Meer informatie

Informatieblad Borstvoeding en milieu

 

 

Nieuw

004 leidster worden_cover_m.jpg 
 

 

 

 

 

 

 

 

054 voedselovergevoeligheid-cover_m.jpg 
 
© 2009 Borstvoedingorganisatie La Leche League - Alle rechten voorbehouden - Aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) - Lid van IBFAN