| Zorgen over voormelk en achtermelk |
|
Soms kun je ook teveel weten. Nooit was dit minder waar dan in het voortdurende debat over voor- en achtermelk en de invloed ervan op borstvoeding geven. De misverstanden over deze begrippen hebben al veel opwinding en zorgen veroorzaakt, en hebben zelfs geleid tot borstvoedingsproblemen en voortijdig stoppen met borstvoeding. Voormelk en achtermelk
Het Breastfeeding Answer Book (2003) verklaart de begrippen als volgt: ‘De melk die de baby krijgt aan het begin van een voeding heet ‘voormelk’ en bevat relatief weinig vet. Naarmate de voeding duurt en de melkstroom afneemt, stijgt het vetgehalte van de melk. Aan het einde van de voeding komt er nog maar weinig melk, maar deze melk heeft wel een hoog vetgehalte. Dat nu, wordt ‘achtermelk’ genoemd.’ (Mohrbacher en Stock, p.34) Welke zorgen?Verwarring over voormelk en achtermelk heeft tot allerlei onzekerheden geleid. Maakt een moeder dan twee verschillende soorten melk? Moet de baby een bepaald aantal minuten drinken voordat de voormelk plotseling verandert in achtermelk? Krijgt een baby überhaupt achtermelk binnen als hij maar kort aan de borst drinkt? En als hij vaak kort drinkt, zal hij dan nog wel goed groeien? Sommige zorgverleners vertellen moeders dat ze erop moeten letten dat hun baby ‘lang genoeg drinkt om de achtermelk te krijgen’, waarbij iedere zorgverlener weer een andere tijdsduur adviseert. Wat moeten we echt weten over voor- en achtermelk? En is het echt nodig dat een moeder zich er zorgen over maakt? De waarheid over voormelk en achtermelkUit onderzoek blijkt dat de begrippen niet zo eenvoudig zijn als het lijkt. Het is waar dat vet aan de wanden van de melkkanaaltjes blijft ‘plakken’ als de melkstroom stopt. Door de kracht van de toeschietreflex aan het begin van de volgende voeding komt het vet weer los van de wanden van de melkkanaaltjes en terug in de melk. Het vetgehalte in de melk stijgt dus gedurende een voeding. Maar de waarheid van deze schijnbaar eenvoudige dynamiek is niet altijd wat het lijkt.
• Er zijn niet twee soorten melk. Hoewel het wel zo wordt voorgesteld, is er geen ‘magisch moment’ waarop voormelk verandert in achtermelk. Als de baby aan de borst drinkt, stijgt het vetgehalte geleidelijk en wordt de melk vetter en vetter naarmate de borst leger wordt. Hoe werkt het?
Het is interessant om te weten dat de begrippen voormelk en achtermelk eigenlijk alleen van toepassing zijn op degenen die voeden volgens de Westerse borstvoedingspraktijk; een praktijk die (beïnvloed door de kunstvoedingsnormen) tussenpozen van twee tot drie uur voorschrijft tussen de voedingen. Baby’s in traditionele culturen, zoals die van de jager-verzamelaars die 99,9% van de menselijke geschiedenis besloeg, drinken vaak tijdens de eerste twee jaar van hun leven de klok rond ieder uur enkele minuten (Stuart-Macadam, 1995). Waar het werkelijk om gaat
Onderzoek wijst uit dat er geen reden is tot zorgen over voormelk en achtermelk en dat het ook niet nodig is een baby aan te zetten langer te drinken. Zolang hij effectief drinkt en de moeder de voedingsduur niet bekort, krijgt een baby per dag ongeveer dezelfde hoeveelheid vet binnen, ongeacht het borstvoedingspatroon (Kent, 2007). Dit komt omdat een baby die vaker drinkt vettere voormelk binnenkrijgt dan een baby die minder vaak drinkt. Dus uiteindelijk komt het op hetzelfde neer.
Referenties Dit artikel is vertaald met toestemming van de auteur door Georgette Oskamp, LLL-leidster. Het oorspronkelijke artikel is te vinden op http://www.nancymohrbacher.com/blog/2010/6/27/worries-about-foremilk-and-hindmilk.html
|




