|
Wie aan iets nieuws begint, een nieuwe levensfase ingaat of een nieuwe baan begint, moet vaak ook een soort nieuwe taal gaan leren. Geen hele nieuwe taal, maar wel allerlei andere woorden en uitdrukkingen. borstvoeding is daarop geen uitzondering. In onderstaand artikel wordt ingegaan op een paar ‘kreten’ uit het borstvoedingjargon.
Terminologie
In de borstvoedingliteratuur komt men verschillende termen tegen die betrekking lijken te hebben op onvoldoende melkproductie. Voor de zorgverlener kan dit verwarrend zijn. Het onderbrengen van problemen met de melkproductie onder een bepaalde noemer of kreet, maakt het oplossen ervan niet eenvoudiger. Bij borstvoeding bestaan nu eenmaal geen standaardoplossingen voor problemen van welke aard dan ook.
Veel voorkomende termen in de Nederlandtalige en Engelstalige literatuur zijn: regeldagen (frequency days), lactatiecrisis (temporary lactational crisis), groeispurt (growth spurt), onvoldoende melkproductie/niet genoeg melk (insufficient milk syndrome en perceived breastmilk insufficiency) en stille ondervoeding aan de borst.
In de praktijk worden deze termen te pas en te onpas gebruikt en soms ook door elkaar gehaald door zowel auteurs als lezers. Bij het geven van informatie aan ouders, die ook in aanraking komen met deze terminologie, is het van belang om duidelijke uitleg te kunnen geven. Daarom een overzicht van deze veel gebruikte kreten en hoe deze te interpreteren.
Regeldagen en groeispurt
Frequency days is een wat verouderde term die komt uit Engelstalige medische literatuur. Het is in het Nederlands vertaald als regeldagen: dagen waarop de melkproductie wordt geregeld. De baby groeit, heeft behoefte aan een grotere hoeveelheid moedermelk en regelt dat zelf door vaker te gaan drinken. Daarom wordt ook de term groeispurt gebruikt. Dit is een normaal gedrag van de baby en hoort bij de praktijk van borstvoeding geven. Er is geen sprake van een verstoorde melkproductie of niet genoeg melk.
Bij flesvoeding regelen volwassenen de hoeveelheid voeding, bij borstvoeding regelt de baby dat zelf, mits hem wordt toegestaan om zijn gang te gaan. Dit houdt in dat er niet wordt bijgevoed en de baby zo vaak mag drinken als hij behoefte heeft.
Het vraagt ook om een pragmatische houding van de zorgverlener, die eerst en vooral zal kijken naar de objectieve tekenen van voldoende melkinname door de baby, zoals voldoende natte luiers, geen zuigprobleem aanwezig, tekenen van toeschietreflex, en voldoende groei in de voorafgaande periodes.
Lactatiecrisis
De kreet lactatiecrisis stamt af van de Engelse term lactational crisis of transient lactational crisis. Deze term is ergens in de jaren tachtig opgedoken in de literatuur. Hij wordt ook wel gebruikt om regeldagen aan te geven en is gerelateerd aan de term percieved breastmilk insufficiency. In het Nederlands spreekt men van niet genoeg melk of onvoldoende melkproductie. Al deze omschrijvingen worden gebruikt om aan te geven dat 'men' (de moeder en/of zorgverlener en/of andere personen) denkt dat er om een of andere reden niet genoeg melkproductie is. Bijvoorbeeld:
- de moeder voelt geen stuwing meer;
- er is sprake van regeldagen;
- onzekerheid van de moeder;
- een baby die veel huilt;
- een weinig borstvoedingondersteunende omgeving;
- leeftijdsgerelateerde verandering van gedrag/drinkpatroon;
- de baby is minder bijgekomen dan verwacht;
- onbekendheid met de normale variaties in drinkpatronen bij borstvoeding.
Dit alles terwijl er geen sprake is van een verstoorde melkproductie ofwel gebrek aan de eerdergenoemde objectieve tekenen van voldoende melkinname.
Insufficient milk syndrome
Vrij vertaald niet genoeg melk syndroom is een complex van factoren/symptomen die erop duiden dat er sprake is van een verstoorde melkproductie. Onderliggende oorzaken hiervan kunnen zijn: iatrogene factoren, ziekte en/of (anatomische) afwijkingen bij moeder en/of kind, verkeerd management van de borstvoeding in het kraambed, zuigverwarring.
Het gaat hierbij om het feit dat de melkproductie werkelijk onvoldoende is. Een of meerdere objectieve tekenen van voldoende melkinname ontbreken hierbij. Men moet dit ook echt zien als een syndroom: een geheel van verschijnselen die tot niet genoeg melkproductie hebben geleid. Om dit te herstellen zijn meestal maatregelen op meerdere gebieden nodig omdat 'standaard' voorlichting en advies zoals vaker voeden, twee borsten geven enzovoort hierbij onvoldoende is.
Stille ondervoeding aan de borst
Een oude kreet die recentelijk nieuw leven ingeblazen kreeg, is stille ondervoeding aan de borst. Tegenwoordig wordt er ten onrechte van uitgegaan dat het risico op uitdroging van pasgeboren borstkinderen kan worden voorkomen door het toepassen van een strikter weegbeleid. De oorzaak van dit probleem ligt echter in gebrek aan kennis van de fysiologie van de lactatie en mismanagement van de borstvoeding in de eerste dagen.
Stille ondervoeding wil zeggen dat een kindje het niet goed doet, zonder dat er veel van wordt gemerkt. Het kindje is 'braaf' of 'lief' en huilt niet en slaapt veel, meldt zichzelf niet of maar af en toe voor een voeding. Voeden op verzoek geeft hier dus een heel verkeerd resultaat. Het kindje moet minstens elke 2 uur aan de borst worden gelegd en er moet worden gewerkt aan verbetering van de aanleg- en drinktechnieken. Het kan ook nodig zijn om de melkproductie door extra kolven op te voeren. Soms is tijdelijk bijvoeding nodig terwijl de melkproductie wordt opgevoerd.
Dit probleem kan geheel worden voorkomen door een goed borstvoedingbeleid, waarbij de zorgverlener alert is op factoren die kunnen bijdragen tot het ontstaan ervan. Het gaat hierbij vaak om dezelfde factoren die een rol spelen bij het insufficient milk syndrome.
Voorraadkast
Bij het geven van uitleg aan bijvoorbeeld ouders, over de betekenis van de kretologie rondom de (onvoldoende) melkproductie kan het 'voorraadkast' principe helpen om een en ander te verduidelijken. Als je borstvoeding ziet als een voorraadkast dan zijn:
- Regeldagen: de wekelijkse of maandelijkse aanvulling en bijstelling van de voorraad.
- Lactatiecrisis: de angst dat er niet genoeg op voorraad is terwijl de kast vol staat.
- Insufficient milk syndrome: het gebrek aan middelen om de voorraad aan te vullen. Eerst moet men de middelen vinden en dan kan de voorraad weer op peil worden gebracht.
- Stille ondervoeding: het gebrek aan inzicht hoe de voorraad op te bouwen en in stand te houden
|