| De eerste voedingen |
|
Een positieve, voldoening gevende, eerste borstvoedingservaring is niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van een goed drinkpatroon door de baby, ook voor de moeder legt het een solide basis voor vertrouwen in haar eigen kunnen. Een rustige, behulpzame benadering door de zorgverlener bevordert een goede verstandhouding met de moeder. Dit is een voorwaarde om effectief te kunnen werken. Het is goed als een moeder bij een eerste borstvoedingservaring, maar ook als borstvoeding geven eerder niet succesvol was, weet dat het een vaardigheid is die zij en haar baby moeten leren. De baby wordt nog enigszins geholpen door de aangeboren reflexen, maar ook voor de baby gaat het om een nieuwe ervaring. Moeder en kind zullen veel van elkaar leren tijdens de eerste borstvoedingen. Bevalling
De omstandigheden rondom de bevalling zijn van groot belang bij de start met borstvoeding. Het risico op problemen is groter bij een klinische bevalling, zeker als het gaat om een kunstverlossing, keizersnede, een langdurige bevalling of bij veel bloedverlies tijdens de bevalling. Na de geboorte is het belangrijk om de fysieke en emotionele toestand van de moeder te monitoren. Het moment waarop de baby voor `t eerst aan de borst wordt gelegd hangt mede hiervan af. Als de bevalling relatief ongecompliceerd is verlopen, kan de moeder worden aangemoedigd om snel na de geboorte de baby aan te leggen. De voorkeur gaat uit naar aanleggen binnen een half tot een uur post partum. De baby is in deze periode doorgaans wakker en alert en bereid om de eerste pogingen tot drinken te doen. Bij complicaties is het belangrijk erop te letten dat de baby wordt aangelegd zodra de omstandigheden dat toelaten. Vaak en onbeperkt
Voor het goed op gang komen van de melkproductie is het nodig de moeder in de gelegenheid te stellen om vaak en onbeperkt borstvoeding te geven. Er zijn een aantal redenen waarom direct en vaak (borst)voeden een positieve invloed hebben op het functioneren van moeder en baby: Om in staat te zijn vroeg en vaak te voeden, zal de moeder haar baby gemakkelijk moeten kunnen bereiken. Rooming-in alleen is soms niet voldoende. Als de moeder niet mobiel genoeg is om op te staan, of ver te reiken om de baby te pakken, kan men zoeken naar een creatieve oplossing zoals de baby bij moeder in bed leggen. Beleid en routinehandelingen die leiden tot scheiding van moeder en kind vormen niet alleen een bedreiging voor het op gang komen van een goede melkproductie, maar ook voor het tot stand komen van het natuurlijke hechtingsproces tussen moeder en kind. Voorlichting
Soms lijken moeders min of meer te wachten op 'toestemming' voor het aanleggen van de baby. Daarom is het belangrijk om er herhaaldelijk op te wijzen dat de moeder vrij is om haar kind zo vaak als zij wil of als de baby zelf aangeeft, te voeden. Voorlichting over hoe de melkproductie en toeschietreflex werken, het (minimum) aantal voedingen en over goed aanleggen, is essentieel. Deze voorlichting kan het beste gedoseerd, op een relevant moment worden gegeven. Zo nodig wordt hulp bij het aanleggen geboden. Hulp bij aanleggen
Het is goed om in gedachten te houden dat alle hulp die geboden wordt bij de eerste voedingen gericht is op het bevorderen van de zelfredzaamheid van de moeder. Uiteindelijk is het de moeder zelf die het kind moet kunnen aanleggen en voeden. Door vroeg en vaak te oefenen zal er al snel minder assistentie nodig zijn bij het aanleggen. Enkele belangrijke aspecten bij de begeleiding van borstvoeding en bij het eerste aanleggen zijn:
|




