Home
Contact
Home
Actueel
Wie zijn wij?
(a.s.) Moeder
Zorgverlener
Borstvoeding ABC
Webwinkel
Contact
Links
De eerste voedingen

Een positieve, voldoening gevende, eerste borstvoedingservaring is niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van een goed drinkpatroon door de baby, ook voor de moeder legt het een solide basis voor vertrouwen in haar eigen kunnen. Een rustige, behulpzame benadering door de zorgverlener bevordert een goede verstandhouding met de moeder. Dit is een voorwaarde om effectief te kunnen werken. Het is goed als een moeder bij een eerste borstvoedingservaring, maar ook als borstvoeding geven eerder niet succesvol was, weet dat het een vaardigheid is die zij en haar baby moeten leren. De baby wordt nog enigszins geholpen door de aangeboren reflexen, maar ook voor de baby gaat het om een nieuwe ervaring. Moeder en kind zullen veel van elkaar leren tijdens de eerste borstvoedingen.

Bevalling

De omstandigheden rondom de bevalling zijn van groot belang bij de start met borstvoeding. Het risico op problemen is groter bij een klinische bevalling, zeker als het gaat om een kunstverlossing, keizersnede, een langdurige bevalling of bij veel bloedverlies tijdens de bevalling. Na de geboorte is het belangrijk om de fysieke en emotionele toestand van de moeder te monitoren. Het moment waarop de baby voor `t eerst aan de borst wordt gelegd hangt mede hiervan af. Als de bevalling relatief ongecompliceerd is verlopen, kan de moeder worden aangemoedigd om snel na de geboorte de baby aan te leggen. De voorkeur gaat uit naar aanleggen binnen een half tot een uur post partum. De baby is in deze periode doorgaans wakker en alert en bereid om de eerste pogingen tot drinken te doen. Bij complicaties is het belangrijk erop te letten dat de baby wordt aangelegd zodra de omstandigheden dat toelaten.
De zorgverlener kan routine handelingen zoals wegen en wassen, ook op een later tijdstip verrichten.

Vaak en onbeperkt

Voor het goed op gang komen van de melkproductie is het nodig de moeder in de gelegenheid te stellen om vaak en onbeperkt borstvoeding te geven. Er zijn een aantal redenen waarom direct en vaak (borst)voeden een positieve invloed hebben op het functioneren van moeder en baby:

• De zuigreflex van de baby is het sterkst gedurende het eerste (half) uur na de geboorte. Op een later tijdstip voor het eerst aanleggen, kan tot gevolg hebben dat de baby moeite heeft met het aanleren van de drinktechniek aan de borst.
• Door het drinken aan de borst komt oxytocine vrij (toeschietreflex). Dit hormoon stimuleert het samentrekken van de baarmoeder, bevordert de uitdrijving van de placenta en beperkt het bloedverlies.
• De baby beschikt direct over de immunologische voordelen van colostrum.
• De peristaltiek van het spijsverteringskanaal van de baby wordt gestimuleerd waardoor de uitscheiding van meconium wordt bevorderd.
• De laxerende werking van colostrum stimuleert een snelle uitscheiding van meconium met als gevolg een lager serum bilirubine gehalte en minder kans op geelzucht.
• Kraambedstuwing wordt voorkomen door het vroeg en vaak aanleggen.
• De melkproductie komt eerder op gang en het melkvolume per voeding is groter, waardoor het gewichtsverlies van de baby na de geboorte beperkt wordt en de borstvoeding ook later makkelijker in stand kan worden gehouden.
• Direct na de geboorte verkeren moeder en kind in een toestand die optimaal is voor het eerste contact. Een ongestoord eerste contact kan een goede basis leggen voor de latere moeder-kind relatie. 

Om in staat te zijn vroeg en vaak te voeden, zal de moeder haar baby gemakkelijk moeten kunnen bereiken. Rooming-in alleen is soms niet voldoende. Als de moeder niet mobiel genoeg is om op te staan, of ver te reiken om de baby te pakken, kan men zoeken naar een creatieve oplossing zoals de baby bij moeder in bed leggen. Beleid en routinehandelingen die leiden tot scheiding van moeder en kind vormen niet alleen een bedreiging voor het op gang komen van een goede melkproductie, maar ook voor het tot stand komen van het natuurlijke hechtingsproces tussen moeder en kind.

Voorlichting

Soms lijken moeders min of meer te wachten op 'toestemming' voor het aanleggen van de baby. Daarom is het belangrijk om er herhaaldelijk op te wijzen dat de moeder vrij is om haar kind zo vaak als zij wil of als de baby zelf aangeeft, te voeden. Voorlichting over hoe de melkproductie en toeschietreflex werken, het (minimum) aantal voedingen en over goed aanleggen, is essentieel. Deze voorlichting kan het beste gedoseerd, op een relevant moment worden gegeven. Zo nodig wordt hulp bij het aanleggen geboden.
Het is normaal dat de baby tijdens de eerste voedingen kort en soms wat stuntelig aan de borst drink. Vaak likt of snuffelt hij alleen maar aan de tepel en neemt dan aarzelend een paar slokjes colostrum. Door de moeder op dit normale gedrag te attenderen, kan eventuele ongerustheid over het niet goed drinken weggenomen worden. Tenslotte is het belangrijk, zeker bij multipara, te attenderen op het positieve effect dat borstvoeding geven heeft op het herstel van de baarmoeder. Naweeën worden in het algemeen positiever ervaren als men op de hoogte is van het belang ervan voor een snel herstel.
Als aanleggen pas later mogelijk is, zoals in geval van een narcose, dan is het wenselijk dat dit in elk geval gebeurt zodra de omstandigheden het toelaten. Zodra een moeder wakker is en niet gedesoriënteerd, kan hulp bij het aanleggen worden geboden.

Hulp bij aanleggen

Het is goed om in gedachten te houden dat alle hulp die geboden wordt bij de eerste voedingen gericht is op het bevorderen van de zelfredzaamheid van de moeder. Uiteindelijk is het de moeder zelf die het kind moet kunnen aanleggen en voeden. Door vroeg en vaak te oefenen zal er al snel minder assistentie nodig zijn bij het aanleggen. Enkele belangrijke aspecten bij de begeleiding van borstvoeding en bij het eerste aanleggen zijn:

• Dat de zorgverlener de tijd neemt om de interactie tussen moeder en kind te observeren, in plaats van meteen in te grijpen.
• Dat vooral ook aandacht wordt besteed aan de houding van de moeder en niet uitsluitend aan de houding van de baby.
• Dat de zorgverlener oogcontact met de moeder heeft en zich in een gemakkelijke positie bevindt om rustig te kunnen observeren en zo nodig te helpen.
• Dat ook aandacht wordt besteed aan het zuigpatroon van de baby en hoe de moeder dit ervaart.
De eerste voedingen hebben een inprentend effect: een positieve, voldoening gevende, eerste borstvoedingservaring is niet alleen belangrijk voor het ontwikkelen van een optimaal zuigpatroon door de baby, ook voor een moeder die nooit eerder borstvoeding gaf, legt het een solide basis voor het vertrouwen in haar eigen kunnen.

 

 

Nieuw

004 leidster worden_cover_m.jpg 
 

 

 

 

 

 

 

 

054 voedselovergevoeligheid-cover_m.jpg 
 
© 2009 Borstvoedingorganisatie La Leche League - Alle rechten voorbehouden - Aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) - Lid van IBFAN