| Borstkanker |
|
Borstvoeding geven beïnvloedt het risico op borstkanker: hoe langer je voedt of hebt gevoed, hoe lager het risico. Borstvoeding geven biedt echter geen garantie dat je nooit borstkanker zult krijgen. Daarvoor spelen nog veel meer factoren een rol. In dit artikel wordt ingegaan op wat borstkanker precies is, hoe het ontstaat en wat je kunt doen als je een knobbeltje in je borst ontdekt terwijl je borstvoeding geeft. BorstkankerBorstkanker is een verzamelnaam voor alle vormen van kanker die in de borst ontstaan. Meestal is er sprake van een knobbel in de borst of onder de oksel die steeds groter wordt. Als er niet ingegrepen wordt gaan de kankercellen zich verspreiden over het hele lichaam. Hoe kanker precies ontstaat kun je lezen in het kader “Hoe ontstaat een tumor”. Op dit moment is borstkanker de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland. Jaarlijks wordt de ziekte bij meer dan 11.000 vrouwen geconstateerd. De kans dat je voor je dertigste borstkanker krijgt is klein. Maar na je dertigste neemt de kans toe. Zeventig procent van de vrouwen die borstkanker krijgen is ouder dan vijftig jaar. Dertig procent is jonger dan vijftig. Omdat er steeds meer vrouwen zijn die het krijgen van kinderen uitstellen, gebeurt het ook steeds vaker dat borstkanker wordt ontdekt terwijl een moeder nog borstvoeding geeft.
Wanneer krijg je kanker?
Of iemand kanker krijgt is meestal niet te voorspellen. Wel is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken, dat bepaalde factoren het risico op het krijgen van kanker vergroten. Voor borstkanker zijn de volgende risicofactoren bekend:
Daarnaast blijkt steeds meer dat je hormoonhuishouding een rol speelt bij het ontstaan van borstkanker. Zo vergroot een hoog oestrogeengehalte in je lichaam het risico op borstkanker. Dit betekent dat de kans op borstkanker toeneemt als je: BorstzelfonderzoekEen knobbel in de borst ontdek je meestal, bij toeval of doordat je regelmatig je borsten zelf onderzoekt. Hoewel borstzelfonderzoek niet langer meer wordt gezien als de manier om borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te ontdekken, kan het nooit kwaad als je je borsten goed kent. Een manier om dat te doen is door borstzelfonderzoek. Als je niet zwanger bent of borstvoeding geeft, doe je dit het beste één week na de menstruatie. Je borsten zijn dan het minst gezwollen en het gemakkelijkst te onderzoeken. Als je borstvoeding geeft zit er meer bloed en lymfevocht in je borsten. Bovendien worden je borsten elke dag vele malen gevuld en geleegd. Je borsten voelen hierdoor anders aan dan wanneer je geen borstvoeding geeft. Door je borsten maandelijks op een vaste dag te blijven onderzoeken leer je onderscheid maken tussen de normale bobbeligheid van je borsten en een mogelijk kwaadaardig knobbeltje. Let er vooral op of een knobbel na een voeding kleiner wordt of niet. De meeste knobbels in je borst zijn melkkliertjes of een verstopt melkkanaaltje. Soms blijkt een knobbel een goedaardig gezwel, zoals een galactocele (een holte gevuld met melk) of een fibroadenoom (overmatige groei van bind- en klierweefsel). Alleen in zeldzame gevallen is een knobbel kwaadaardig. Overigens zijn knobbels in de borst niet het enige waar je op moet letten. Eigenlijk is iedere verandering in of op je borst waarvan je niet weet hoe die er gekomen is, een reden om contact op te nemen met je huisarts. Heb je een plotselinge verkleuring van de huid van je borst, zonder dat er bijvoorbeeld sprake is van een verstopt melkkanaaltje, borstontsteking, of een allergie? Is een tepel verkleurd of schilferig zonder dat je bijvoorbeeld spruw hebt of een allergie? Heb je een steeds terugkerende borstontsteking op dezelfde plek die niet reageert op de gebruikelijke behandeling of antibiotica? Dat kan allemaal een teken zijn dat er een tumor aanwezig is in de borst(en). Als je twijfelt of de verandering niet toch door de borstvoeding komt, kun je altijd bellen met de landelijke telefonische hulpdienst van LLL: 0111-413189. Naar de huisartsAls je iets afwijkends aan of in je borst hebt geconstateerd, ga je eerst naar je huisarts. Die zal je borst onderzoeken, en je eventueel doorverwijzen voor verder onderzoek in het ziekenhuis. Als je borstvoeding geeft vlak voor het onderzoek is er minder melk in je borsten waardoor een knobbel beter te voelen is. Ook medische handelingen zijn dan gemakkelijker uit te voeren. Verder onderzoek
Als je bent doorverwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek wordt er meestal eerst een mammografie of een echografie gemaakt. Zo nodig wordt er een MRI-scan gemaakt. ij een mammografie wordt je borst doorstraald met gebruik van hele lage röntgenstralingsniveaus. Een nadeel van een mammografie is dat het resultaat soms moeilijk te interpreteren is vanwege het extra weefsel dat in de borst aanwezig tijdens de borstvoedingperiode. Vroege knobbels of weefselveranderingen kunnen daardoor soms niet worden aangetoond. Vervolgonderzoek
Afhankelijk van de uitkomst van het eerste onderzoek wordt er verder onderzoek gedaan. Vaak wordt dan eerst een punctie verricht. Zo nodig kan daarna een biopsie volgen. Bij een punctie worden weefselcellen en/of –vocht opgezogen door een dunne, holle naald, en daarna onder de microscoop beoordeeld. Op deze manier kan ook een melk-houdende cyste worden leeggezogen. De borstvoeding hoeft niet te worden onderbroken. Behandeling
Behandeling van borstkanker betekent vrijwel altijd dat een operatie nodig is. Als de tumor nog klein is en maar op één plek in de borst zit wordt er vaak gekozen voor een borstbesparende operatie. Alleen de tumor en de huid eromheen worden verwijderd. Na de operatie volgt een behandeling om te voorkomen dat eventueel achtergebleven kankerweefsel alsnog uitzaait. Dat kan door middel van bestraling (radiotherapie), celdelingremmende medicijnen (chemotherapie) of een hormoontherapie. Soms wordt gekozen voor een combinatie van deze therapieën. Bij chemotherapie en hormoontherapie moet de borstvoeding onderbroken of geheel gestopt worden. Borstvoeding
Als je ooit behandeld bent voor borstkanker en genezen bent, kun je in principe weer zwanger worden en borstvoeding geven. Ook is het mogelijk de borstvoeding tijdelijk te onderbreken gedurende de behandeling en het daarna weer op te pakken. Als de borstkanker in één borst zat, kun je met de andere borst je baby volledig voeden. Of de melkproductie in de bestraalde borst op gang komt is niet te voorspellen. Soms lukt het gedeeltelijk. Als je aan beide borsten een borstbesparende operatie en bestraling hebt ondergaan, en je later toch (weer) borstvoeding wilt geven, is het niettemin de moeite waard te beginnen met borstvoeding. Het tekort in je productie is aan te vullen met donormoedermelk of kunstvoeding. Tot slot
Borstkanker is een ingrijpende ziekte. Niet alleen de ziekte op zich, maar ook de permanente verandering van de borsten die een behandeling tot gevolg heeft, is voor veel vrouwen moeilijk te verwerken. Gelukkig is het zo dat bij ontdekking van borstkanker in een vroeg stadium, de overlevingskansen groot zijn. Iedere maand je borsten onderzoeken, ook als je zwanger bent en borstvoeding geeft, is daarom heel zinvol. Georgette Oskamp, LLL-leidster
Bronnen
Lotgenotencontact |
||




