| Niet genoeg melk |
|
Krijgt de baby wel genoeg? Een vraag die veel ouders, maar ook zorgverleners en andere betrokkenen, veelvuldig bezig houdt. De twijfel over voldoende borstvoeding ligt hoofdzakelijk in het feit dat men bij borstvoeding letterlijk niet kan zien wat er in gaat. Schema’s en meten
We zijn gewend aan ‘meten is weten’ en leven volgens het schema van onze agenda’s: met vastgestelde werktijden, afspraken voor formele, informele en ontspannende bezigheden. We maken boodschappenlijstjes, plannen zorgvuldig onze momenten van sport en ontspanning, sociale contacten, tijd voor je partner, tijd voor jezelf, tijd voor de kinderen en tijd voor het huishouden. We moeten op tijd op ons werk zijn, op tijd pauzeren en op tijd naar huis gaan en daarbij rekening houden met werkschema’s, protocollen, bedrijfsplanning en roosters. En dat gaat meestal prima. We weten precies wat er wanneer moet worden gedaan en dat geeft zekerheid. En dan komt er een baby.... die nog nooit van zulke zaken heeft gehoord en ook niet gewend is om daar rekening mee te houden. - Let op de luiers van de baby. Wat erin gaat komt er ook weer uit. Als de baby 4-6 volle (wegwerp)plasluiers per dag produceert en 2-5 keer per etmaal ontlasting heeft, mag je er vanuit gaan dat hij genoeg drinkt. - Let op het aantal borstvoedingen dat je geeft. Voor de meeste baby’s zijn zes borstvoedingen per etmaal de eerste weken en maanden echt onvoldoende. Het gemiddelde aantal voedingen ligt op 8-12 per etmaal. Ook bij fleskinderen is het aan te bevelen om in het begin méér voedingen met een kleiner volume te geven om te veel oprekken van de maag te voorkomen. Een maagje dat van jongs af aan gewend is aan grote voedingen wordt opgerekt en raakt eraan gewend om pas verzadiging te voelen bij grote hoeveelheden. Op den duur kan dit leiden tot te veel eten en overgewicht. Baby’s hebben behoefte aan veel zuigen, daaraan wordt door vaker voeden op een natuurlijke manier tegemoet gekomen. - Baby’s worden geboren met een ‘schoon’ maag-darmkanaal, sommige deskundigen noemen het een ‘onrijp’ spijsverteringskanaal. Zij moeten wennen aan de voeding die zij krijgen, dat kan gepaard gaan met krampjes, ongeacht de soort voeding die zij krijgen. In de regel verdwijnen deze krampjes geleidelijk aan vanzelf. De meeste baby’s van drie maanden hebben er geen last meer van. - Baby’s hebben behoefte aan veel lichamelijk contact en beweging. Vaker voeden vergroot de momenten van lichamelijk (huid) contact. Praktische oplossingen voor de behoefte aan beweging (wiegen) zijn onder andere draagdoeken of buidels, een schommelwieg, een dagelijkse wandeling in de kinderwagen. Dit laatste is ook wenselijk vanwege de blootstelling aan zonlicht (vit. D opname). |




