| Te veel melk |
|
Iedere moeder maakt zich wel eens zorgen of ze genoeg melk heeft voor haar baby en of de kwaliteit wel goed genoeg is. Gelukkig blijken die zorgen vaak onterecht. Het kan ook gebeuren dat je je zorgen maakt omdat je melk in overvloed hebt. Het lijkt misschien een luxeprobleem. Maar dat is het niet. Wie denkt te weinig melk te hebben kan haar kindje rustig wat vaker aanleggen en de productie zal toenemen. Maar als je teveel melk aanmaakt, is het omgekeerde –minder vaak aanleggen- juist niet de oplossing. Maar wat dan? Gonneke legt uit hoe het kan dat je te veel melk kunt aanmaken, en ze geeft tips wat je eraan kunt doen. MelkaanmaakMoedermelk wordt gemaakt in de melkkliertjes in de borsten. Deze melkkliertjes bestaan uit bolletjes melkvormende cellen rondom een verzamelholte. De verzamelholtes monden uit in melkkanaaltjes. De melk die in de melkvormende cellen wordt gemaakt komt via de verzamelholtes in de melkkanaaltjes. Tussen de voedingen door stroomt de melk nauwelijks. Daardoor zet het vet uit de melk zich af tegen de wanden van de melkkanaaltjes. De rest van de melk druppelt langzaam in de richting van de tepels. Als de baby gaat drinken, gaat de melk stromen en de baby krijgt als eerste de vetarme melk die in de melkkanaaltjes is verzameld. Als het drinken van de baby de toeschietreflex opwekt, gaat de melk heel krachtig stromen. Die krachtige stroom neemt het vet, dat tegen de wanden van de melkkanaaltjes kleeft, mee. Na een poosje drinken wordt daarom de melk die de baby krijgt steeds vetter. Hoeveelheid melkDe hoeveelheid melk die je produceert wordt bepaald door hoe vaak je baby bij je drinkt. Iedere keer als je baby aan de borst drinkt, komt bij jou het hormoon prolactine vrij. Prolactine zorgt ervoor dat de melkproductie in de melkkliertjes in de hoogste versnelling gaat. Hoe vaker je baby bij je drinkt, hoe vaker dat gebeurt. Ook de hoeveelheid melk die je baby drinkt, is bepalend voor hoeveel melk je aanmaakt. In de borst wordt telkens ongeveer de hoeveelheid melk gemaakt die je baby heeft gedronken. Wanneer de vooraf gemaakte melk niet wordt opgedronken, wordt die als het ware door je lichaam weer opgeruimd. De volgende keer wordt er dan minder melk gemaakt. Op elkaar afstemmen
In de eerste weken na de geboorte moeten moeder en kind zich nog op elkaar instellen. De borsten lopen soms wat achter met de productie en soms werken ze al te enthousiast, met als gevolg een overdadige melkproductie. De aanleg van de moeder speelt hierbij ook een rol; de ene vrouw maakt gemakkelijker veel melk dan de andere. Ook de hoeveelheid klierweefsel en de lengte van de melkkanalen spelen een rol. Te veel melkTe veel melk kan leiden tot allerlei problemen bij zowel de moeder als de baby. De baby kan huilerig en onrustig zijn tussen de voedingen, onrustig drinken, zich vaak verslikken, veel last hebben van krampjes, vaak willen drinken, vaak loslaten tijdens het drinken, weinig of onvoldoende groeien, of juist heel erg hard groeien, vaak groene ontlasting hebben en veel plasluiers. De moeder kan sterke toeschietreflexen hebben, stuwing na de eerste dagen, veel melkverlies tussen de voedingen door en meer kans op verstopte melkkanalen en borstontsteking, ook al in het kraambed. Zowel voor moeder en kind maken deze problemen de borstvoeding tot een minder plezierige ervaring. Gelukkig is er wel wat aan te doen. OplossingenDe overproductie kan worden teruggeschroefd door minder vaak van borst te wisselen. Bied je baby één borst per voeding aan en als hij binnen een uur of twee uur nog eens wil drinken, geef hem dan dezelfde borst. De andere borst krijgt dan intussen het sein dat er minder melk nodig is; er wordt immers geen melk afgenomen. Als je een erg grote melkvoorraad hebben opgebouwd, kan het helpen beide borsten éénmaal zo ver mogelijk leeg te kolven. Dan drinkt de baby aan de bijna lege borst. Hij krijgt daar heel vette melk, waardoor zijn maagje wordt gekalmeerd en hij een heel verzadigd gevoel krijgt. Vervolgens deel je de dag als het ware in blokken van bijvoorbeeld drie uur. Tijdens zo’n blok geef je je baby telkens als hij wil drinken dezelfde borst. Het is dus niet nodig om het aantal voedingen te beperken, maar wel het aantal keren dat hij de andere borst krijgt aangeboden. Vaak drinken is juist belangrijk. Als er vaak melk uit de borst wordt gehaald, zet zich geen of weinig vet af langs de wanden van de melkkanalen. Daardoor is de melk die de baby krijgt van het begin af aan al vetter. Hij zal zich dan eerder verzadigd voelen en niet zo’n grote plons zoete en vetarme melk in zijn maagje krijgen. Hij groeit er beter van en heeft minder last van zijn darmpjes. In de overgangstijd kun je nog wat last van stuwing krijgen. Als het echt nodig is, kun je na een dag of twee nog eens je borsten helemaal leeg kolven. Het is niet verstandig vaak kleine beetjes af te kolven. Soms wordt moeders verteld dat je voor iedere voeding de spanning van de borsten moet afkolven. Hierdoor neemt de productie juist toe en krijg je juist nog meer melk. Heel af en toe zo ver mogelijk leeg kolven werkt beter. De meeste moeders die kampen met teveel melk zullen er al snel verlichting door ervaren. De borstvoeding wordt zo weer een plezierige bezigheid, voor moeder en kind. Gonneke van Veldhuizen, LLL-leidster en lactatiekundige IBCLC |




