| Te veel melk |
|
Iedere moeder maakt zich wel eens zorgen of ze genoeg melk heeft voor haar baby en of de kwaliteit wel goed genoeg is. Het kan ook gebeuren dat moeders zich zorgen maken omdat ze melk in overvloed hebben. Het lijkt misschien een luxeprobleem. Maar dat is het niet. Een te grote melkproductie kan wel degelijk problemen geven, zowel voor de moeder als voor het kind. MelkaanmaakMoedermelk wordt gemaakt in het melkklierweefsel. Melkklierweefsel zit verspreid door de borst, zowel diep in de borst als dichter aan de oppervlakte. Vanuit de melkklieren ontspringen kleine melkkanaaltjes die uitkomen in grotere melkkanalen die onderling ook vaak weer verbonden zijn. Melkkanalen bestaan uit elastisch weefsel, waardoor ze kunnen uitzetten wanneer de melkstroom groter is. De grotere melkkanalen eindigen in openingen in de tepel. Tijdens de voeding wordt de melk uit de kliertjes in de melkkanalen geperst en richting de tepel gestuwd. VetTussen de voedingen door stroomt de melk nauwelijks. Daardoor zet het vet uit de melk zich af tegen de wanden van de melkkanaaltjes. De rest van de melk druppelt langzaam in de richting van de tepels. Als de baby gaat drinken, krijgt hij als eerste de vetarmere melk die in de melkkanaaltjes is verzameld. Als het drinken van de baby de toeschietreflex opwekt, gaat de melk heel krachtig stromen. Niet alleen komt er nu ‘vers’ aangemaakte melk, maar wordt ook het vet meegenomen dat tegen de wanden van de melkkanaaltjes kleefde. Na een poosje drinken wordt daarom de melk die de baby krijgt steeds vetter. Hoeveelheid
De hoeveelheid melk die wordt gemaakt, wordt bepaald door hoe vaak de baby drinkt. Iedere keer als de baby aan de borst drinkt, komt bij de moeder het hormoon prolactine vrij. Prolactine zorgt ervoor dat de melkproductie in de melkkliertjes in de hoogste versnelling gaat. Hoe vaker de baby drinkt, hoe vaker dat gebeurt. Op elkaar afstemmen
In de eerste weken na de geboorte moeten moeder en kind zich nog op elkaar instellen. De borsten lopen soms wat achter met de productie en soms werken ze al te enthousiast, met als gevolg een overdadige melkproductie. De aanleg van de moeder speelt hierbij ook een rol; de ene vrouw maakt gemakkelijker veel melk dan de andere. Ook de hoeveelheid klierweefsel en de lengte van de melkkanalen spelen een rol. Te veel melk
Te veel melk kan leiden tot allerlei problemen. De baby kan huilerig en onrustig zijn tussen de voedingen, onrustig drinken, zich vaak verslikken, veel last hebben van krampjes, vaak willen drinken, vaak loslaten tijdens het drinken, weinig of onvoldoende groeien, of juist heel erg hard groeien, vaak groene ontlasting hebben en veel plasluiers. Oplossingen
De overproductie kan worden teruggeschroefd door minder vaak van borst te wisselen. De baby krijgt één borst per voeding en als hij binnen een uur of twee uur nog eens wil drinken, krijgt hij dezelfde borst. De andere borst krijgt dan intussen het sein dat er minder mek nodig is; er wordt immers geen melk afgenomen. Gonneke van Veldhuizen-Staas, lactatiekundige IBCLC en oud-LLL-leidster Bronnen Veldhuizen-Staas CGA van: Overabundant milk supply: an alternative way to intervene by full drainage and block feeding. International Breastfeeding Journal 2007, 2:11
|




