Home
Contact
Home
Actueel
Wie zijn wij?
(a.s.) Moeder
Zorgverlener
Borstvoeding ABC
Webwinkel
Contact
Links
Borstvoeding en depressie

De periode na de bevalling is een ingrijpende periode. Het is niet alleen een roze wolk. Er kunnen dingen heel anders gaan dan verwacht. Bij sommige vrouwen kan dit leiden tot een depressie.

Ideaalbeeld

In veel culturen wordt een ideaalbeeld geschetst van het leven met een pasgeboren baby: de moeder ziet er goed en fit uit, de baby slaapt tevreden, de huiskamer is netjes opgeruimd en schoon. De werkelijkheid is echter heel anders. Daarbij ondervinden moeders soms weinig steun van hun partner of familieleden. In sommige culturen verplaatst alle aandacht zich na de bevalling van de moeder naar de baby.
Een depressie kan zich kort na de bevalling aandienen, maar zich ook in de drie tot zes maanden na de geboorte van de baby ontwikkelen.
Symptomen kunnen zijn: slecht slapen, gevoelens van wanhoop, het gevoel hebben dat niets ooit weer normaal wordt. Een depressie kan de manier waarop een moeder met haar baby omgaat beïnvloeden. En ook of zij in staat is borstvoeding te geven.

Hormonen

Uit onderzoek blijkt dat een postpartum depressie (PPD) of postpartum stress minder vaak voorkomt bij vrouwen die normale hormoonspiegels hebben en die beschikken over voldoende steun uit hun omgeving. Borstvoeding geven vormt geen risico-factor. Een positieve borstvoedingervaring kan zelfs preventief werken.
De progesteron- en prolactinespiegels van de moeder en de manier van voeden van de baby,  hebben invloed op de gemoedstoestand van de moeder.
Bij vrouwen die geen borstvoeding geven, blijken een hoge progesteron- en een lage prolactinespiegel gerelateerd te zijn  aan PPD. Dit is ook het geval bij vrouwen die wel borstvoeding geven en toch een lage prolactinespiegel hebben. Bij deze vrouwen kan de melkproductie onvoldoende zijn.
Lage prolactinespiegels bij vrouwen die borstvoeding geven komen echter vrijwel uitsluitend voor wanneer de borstvoeding vanaf het begin niet goed op gang is gekomen. Een hogere prolactinespiegel kan het risico op PPD verminderen. Dit werkt zo: na de bevalling is de prolactinespiegel verhoogd. Krijgt de baby borstvoeding, dan blijft de hypofyse de eerste weken een hoger gehalte aan prolactine afgeven. Dit is gerelateerd aan het aantal borstvoedingen. De grootste afgifte van prolactine is gemiddeld 30 minuten na het begin van een borstvoeding. De meeste melk voor de volgende voeding wordt dan geproduceerd. Wanneer de borst niet vaak genoeg wordt gestimuleerd en niet vaak genoeg wordt geleegd, zal de hypothalamus een stof afgeven die de melkproductie remt.
Vanaf de geboorte vaak aanleggen, minstens 8-12 keer per etmaal, zorgt voor een adequate prolactinespiegel en het goed op gang komen van de melkproductie.

Stress-factoren

Moeder worden is een stressvolle gebeurtenis. Toch wordt dit vaak niet erkend. Postpartum depressie wordt vaak gezien als iets mysterieus. Ze heeft alles wat haar hartje begeert, waarom is ze nu depressief? Omdat de stressfactor van het moederschap niet wordt erkend, wordt in onderzoek meer de nadruk gelegd op hormoonschommelingen en worden de omstandigheden in het leven van de vrouw niet of nauwelijks meegenomen.

Een depressie is een van de normale manieren van reageren op stressfactoren in het leven.
Naast een betaalde baan, het huishouden, de relatie met de partner en het onderhouden van sociale contacten, stellen vrouwen vaak hoge eisen aan het de invulling van het moederschap. Toch zal zelfs een vrouw in lichamelijke en geestelijke topconditie vaak moeite hebben met het verdelen van haar tijd en aandacht tussen een baby en alle andere taken.
Vrouwen die stressgevoelig of depressief zijn, voelen zich onzeker over hun functioneren. De vaak goedbedoelde raad om maar te stoppen met de borstvoeding 'omdat dat zoveel van je vergt' kan het gevoel van falen compleet maken. Een goedlopende borstvoedingrelatie vraagt nauwelijks inspanning en bevordert het gevoel van eigenwaarde van de vrouw: dit is iets wat zij zelf kan, met haar eigen lichaam. Tijdens het voeden rust de vrouw en profiteert zij van de borstvoedinghormonen prolactine (bevordering moedergevoel) en oxytocine (ontspanning).

Vermoeidheid en slaapgebrek

Slaapgebrek is iets waar iedere moeder van een (pasgeboren) baby mee te maken krijgt. Omdat het zo vaak voorkomt, wordt de invloed ervan op het welzijn van de moeder misschien over het hoofd gezien. Het is zaak te zoeken naar oplossingen voordat het gebrek aan slaap de moeder te veel wordt: rusten wanneer de baby slaapt, nachtvoedingen eenvoudig maken door de baby in de buurt te houden, hulp van familie of vrienden inroepen voor (huishoudelijke) karweitjes. Ook kan het nuttig zijn te letten op de voeding van de moeder. Soms kan een bloedonderzoek van de moeder een lichamelijke oorzaak voor de vermoeidheid uitwijzen: bloedarmoede, een te langzaam werkende schildklier of een allergie.

Negatieve bevallingservaring

Een negatieve bevallingservaring heeft invloed op het zelfbeeld van een vrouw en hoe ze op haar kind reageert. Een moeilijke bevalling kan er de oorzaak van zijn dat een vrouw besluit toch geen borstvoeding te geven of er eerder mee te stoppen. Een vrouw moet de gelegenheid krijgen haar ervaringen van zich af te praten. Het is normaal wanneer vrouwen zich teneergeslagen voelen na een traumatische ervaring.

Karakter van de baby

Een belangrijke invloed op PPD is het karakter van de baby. Sommige baby's huilen veel en kunnen zich moeilijk aanpassen aan het leven buiten de baarmoeder. Deze baby's kunnen het zelfvertrouwen van de moeder negatief beïnvloeden en haar een hopeloos gevoel geven.
Bij ziekte of vroeggeboorte van de baby, kan de moeder eveneens het gevoel krijgen machteloos te zijn en geen controle over haar omstandigheden te hebben. Ze kan het idee hebben dat anderen geschikter zijn om voor haar kind te zorgen.
Wanneer de nadruk wordt gelegd op de dingen die de moeder nog wel voor haar baby kan doen: borstvoeding geven of haar melk afkolven, geeft dit het gevoel dat ze wél belangrijk is voor haar kind.

Gebrek aan steun uit de omgeving

Een vrouw die kan rekenen op steun van haar omgeving zal minder snel depressief worden. Zowel praktische als emotionele steun van met name de partner verkleint de kans op depressie. Ook de familie speelt een belangrijke rol evenals een netwerk van vrienden en kennissen. Uit onderzoek is gebleken dat depressies minder voorkomen in culturen waar vrouwen de kans krijgen te herstellen na de bevalling, geen of weinig werkzaamheden na de bevalling hoeven te verrichten en worden erkend in hun nieuwe rol als moeder.   

Medicijnen

De behoefte de depressie met medicijnen te bestrijden kan worden getoetst met de volgende vragen:
• Lijkt de depressie te worden veroorzaakt door externe druk zoals huishoudelijke taken, isolatie en  vermoeidheid of door interne factoren als gebrek aan zelfvertrouwen en (faal)angst?
• Ligt de oorzaak in externe factoren? Dan zouden maatregelen  zoals therapie, rust en hulp wellicht een oplossing kunnen zijn.
• Zouden verbetering van eetgewoonten en bewegingspatroon een positieve invloed kunnen hebben op het emotionele welbevinden van de moeder?
• Wanneer besloten wordt tot het stoppen met de borstvoeding, zouden de lichamelijke, hormonale en emotionele veranderingen de depressie kunnen verergeren?
Moeders die een (postpartum) depressie doormaken, krijgen vaak het advies te stoppen met borstvoeding geven. De keuze voor het geven van borstvoeding is vaak ook een emotionele keuze; de moeder ervaart het als belangrijk. Wanneer (abrupt) wordt gestopt met borstvoeden, zullen de prolactinespiegels dalen, waardoor depressieve gevoelens worden versterkt. Mede daarom is een zorgvuldige afweging op zijn plaats, ook als het gebruik van antidepressiva noodzakelijk wordt geacht.

Voordat een medicijn wordt voorgeschreven zou eerst moeten worden nagegaan of dit werkelijk noodzakelijk is. Welk middel en hoeveel zou kunnen worden voorgeschreven, is afhankelijk van de leeftijd en gezondheid van de baby en het aantal voedingen. Er zou altijd naar het minst schadelijke middel moeten worden gezocht waarbij ook moet worden afgewogen hoe lang en hoe vaak het moet worden ingenomen.

Mary Steen, oud-LLL-leidster en lactatiekundige IBCLC.

Mogelijke oorzaken van (postpartum) depressie

Lichamelijke factoren  
• Verstoorde hormoonhuishouding
• Pijn
• Vermoeidheid
• Negatieve bevallingservaring
• Slecht borstvoedingbeleid
• Tekort aan bepaalde voedingsstoffen
• Eerder doorgemaakte (postpartum) depressie

Psycho-sociale factoren
• Gebrek aan steun van de omgeving
• Lage sociaal-economische status
• Voorgeschiedenis van:
  - (kinder)mishandeling
  - disfunctioneel gezin
  - gemis van moeder/vaderfiguur
• Ingrijpende verandering in het leven (scheiding, overlijden)
• Onrealistische verwachtingen van het ouderschap
• Onzekerheid, pessimistische instelling, minderwaardigheidscomplex
• Gebrek aan kennis van en steun bij borstvoeding
• Maatschappelijke oorzaken zoals verlies van baan, verhuizing

Factoren gerelateerd aan de baby
• Vroegtijdige of onnodige scheiding van moeder en kind
• Karakter van de baby
• Vroeggeboorte, ziekte, handicap
• Slecht drinken aan de borst

 
 

Nieuw

004 leidster worden_cover_m.jpg 
 

 

 

 

 

 

 

 

054 voedselovergevoeligheid-cover_m.jpg 
 
© 2009 Borstvoedingorganisatie La Leche League - Alle rechten voorbehouden - Aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) - Lid van IBFAN