| Glucose na de geboorte |
|
Soms wordt een baby bijgevoed. Maar wat is hiervoor eigenlijk de reden? En is het wel altijd noodzakelijk? Stroom valt weg
Tijdens de zwangerschap krijgt een baby van de moeder een constante stroom van suiker, glucose genaamd. Na de geboorte is deze stroom niet meer continu: de baby krijgt nu kleine suikerstootjes iedere keer als het moedermelk drinkt. Het kind moet wennen aan de overgang van continue stroom suiker naar, meestal, elke paar uur een stoot suiker. Als de moeder tijdens de zwangerschap diabetes had, is de overgang extra groot, omdat het in de baarmoeder meer suiker dan gemiddeld kreeg. Deze kinderen moeten na de bevalling als het ware afkicken en leren omgaan met minder suiker. Toch bijvoeden?
Waarom kiezen veel zorgverleners dan toch voor glucose of kunstvoeding en niet voor colostrum? Daar zijn meerdere redenen voor: onwetendheid of onbekendheid met de alternatieven of onwetendheid over de eigenschappen van borstvoeding. Scheiding
Na een gecompliceerde bevalling worden moeder en kind soms van elkaar gescheiden. In dat geval is het vaak niet mogelijk het kind heel vaak de borst aan te bieden. Er is echter niets op tegen om direct te beginnen met kolven en elke gekolfde druppel colostrum te behandelen als vloeibaar goud. Risico van fladderenEen te laag bloedsuikergehalte (waardoor de baby gaat fladderen) brengt risico's met zich mee: het kan hersenletsel veroorzaken. Over het algemeen is het echter niet nodig om direct in paniek te raken en kunstvoeding of een glucoseoplossing te gaan geven. Te meer omdat dit vaak minder goed werkt dan colostrum. Twijfelende artsenIn (een aanhangsel van) de tien vuistregels voor succesvol borstvoeding geven (de richtlijnen voor borstvoedingbeleid van de WHO en UNICEF) staat dan ook duidelijk aangegeven dat bijvoeding in verband met te lage bloedsuikers alleen nodig is 'indien het verbeteren van het borstvoedingmanagement geen verbetering van de toestand te zien geeft'. In de WHO uitgave 'Evidence for the ten steps' kunnen artsen die dit twijfelachtige informatie vinden, de wetenschappelijke achtergronden vinden voor de aanbevelingen van de WHO. Gonneke van Veldhuizen, lactatiekundige IBCLC, oud-LLL-leidster |




